parkeerkosten

Parkeerkosten: hoe verantwoordt u die bij de belasting ?

Hoeveel geld spendeert u maandelijks aan zakelijk parkeren? Stelt u zich voor dat u iedere week vijf euro spendeert aan zakelijk parkeren, dan lopen de kosten al snel aardig op!

Het is zonde om deze voor eigen rekening te nemen; als ZZP’er mag u parkeerkosten namelijk altijd in uw administratie verwerken. Dit drukt de winst, waardoor u minder inkomstenbelasting betaalt. Het kost wat moeite, maar u bespaart er zeker heel wat euro’s mee. Doe er uw voordeel mee!

 BTW op parkeerkosten

Parkeerkosten in de administratie opnemen scheelt al een slok op een borrel, maar in sommige gevallen mag u óók de BTW op parkeerkosten terugvragen. Waar ‘m dat in zit? Waar u uw auto neerzet. De BTW op parkeerkosten in parkeergarages mag u altijd terugvorderen in uw omzetbelastingaangifte. Parkeert u uw auto op straat? Dan zijn de kosten voor de parkeermeter wél voor eigen rekening. Dit komt doordat BTW op commerciële diensten teruggevorderd mag worden bij de Belastingdienst, in tegenstelling tot BTW op niet-commerciële diensten.

Betaalde parkeerplaatsen op straat zijn in beheer van de gemeente, omdat de overheid géén commerciële instelling is mag u de BTW op dergelijke parkeerkosten niet terugvorderen. Parkeergarages zijn vaak commerciële instanties, met een ondernemer aan het roer. BTW mag u dan altijd terugvragen.

pensioen bij scheiding

Wetsvoorstel pensioen bij scheiding

Halverwege 2019 dienen de ministers van SZW en minister voor Rechtsbescherming een wetsvoorstel over regelingen van pensioen bij een scheiding in bij de Tweede Kamer.

De hoofdlijnen van het wetsvoorstel zijn al bekend:

  • Het ouderdomspensioen wordt straks automatisch verdeeld bij een scheiding, tenzij ex-partners andere afspraken hebben gemaakt.
  • De standaard verdeelmethode wordt aangepast, conversie wordt de nieuwe standaard. Hierdoor krijgen beide ex-partners een eigen pensioenaanspraak en is er geen levenslange afhankelijkheid (op pensioenterrein) meer.
  • De hoogte van het bijzonder partnerpensioen wordt enkel over de huwelijkse periode vastgesteld.

Uiteraard blijven wij de ontwikkelingen voor u volgen. Wilt u dat we uw pensioensituatie eens goed tegen het licht houden? Neem dan contact met ons op.

kor

Modernisering kleineondernemersregeling (KOR) in aantocht

Het kabinet wil kleine ondernemers meer stimuleren en ondersteunen. Als het wetsvoorstel Wet Modernisering Kleineondernemersregeling uit het Belastingplan 2019 erdoor komt, gaat de huidige kleineondernemersregeling (KOR) flink op de schop. Een vernieuwde en vereenvoudigde vrijstellingsregeling moet de administratieve lasten van kleine ondernemers flink beperken.

De nieuwe wet maakt (vanaf 2020) de omzet bepalend voor de (eventuele) toepassing van de KOR, terwijl de huidige KOR uitgaat van het verschuldigde BTW-bedrag. Het omzetcriterium wordt in bijna alle andere EU-landen toegepast; de omzetgrens wisselt echter per lidstaat. In Nederland geldt dat ondernemers die onder de omzetgrens van 20.000 euro blijven, geen BTW verschuldigd zijn en geen BTW-aangifte hoeven te doen. En dus bent u minder tijd kwijt aan de administratie!

vrijwilligersvergoeding

Maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding verhoogd naar € 1.700

De onbelaste vrijwilligersvergoeding stijgt per 1 januari 2019. De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding is op dit moment nog 150 euro per maand en 1500 euro per (kalender)jaar.

Omdat het kabinet het grote maatschappelijke belang inziet van vrijwilligerswerk, wordt dit bedrag opgehoogd met 200 euro op jaarbasis.

De vrijwilligersvergoeding moet de kosten dekken die een vrijwilliger maakt, bijvoorbeeld voor vervoer.

Een hogere onbelaste vergoeding moet het aantrekkelijker maken voor mensen om ook vrijwilligerswerk te gaan doen.

erfenis

Erfenis of schenking: heeft u daar wel eens over nagedacht?

 U zou waarschijnlijk graag zien dat uw ouders en andere naasten het eeuwige leven hebben. De mogelijke erfenis is in veel situaties een moeilijk onderwerp, omdat u dan ook moet nadenken over het overlijden van uw dierbaren. Dat is een gemiste kans. Door op tijd het gesprek aan te gaan over de verdeling van vermogen, kan een heleboel ergernis voorkomen worden. En bovendien onnodige kosten, in de vorm van erfbelasting. Bij Fiscaal Adviesbureau De Boer adviseren wij u graag over vermogensplanning, en begeleiden we graag het traject met u en uw ouders of kinderen.

Als u als ouder niet al uw vermogen nodig heeft om zelf van te leven, is het slim als u – op eigen initiatief, of samen met de kinderen – al bij leven een plan maakt over de verdeling van uw financiële middelen. Vooral als u een aanzienlijk vermogen heeft, kan de te betalen erfbelasting flink tegenvallen voor de nabestaanden. Ondanks dat de tarieven van erfbelasting en schenkbelasting gelijk zijn, kan het fiscaal voordelig zijn om een schenkingsplan op te stellen.

 Voordelen

Met een schenkingsplan laat u (een deel van) uw vermogen geleidelijk alvast overgaan naar uw kinderen. Hierdoor wordt het te erven bedrag kleiner, waardoor u minder erfbelasting betaalt. Met een slim plan kunt u bovendien optimaal gebruikmaken van de vrijstellingen binnen de schenkbelasting:

  • Jaarlijks mag u 5.363 euro belastingvrij schenken
  • U mag eenmalig 25.731 euro schenken aan uw kinderen tussen 18 en 40 jaar, dit bedrag is tevens vrijgesteld van schenkbelasting.
Schenkingsplan op maat

Veel mensen kiezen ervoor jaarlijks het vrijgestelde bedrag te schenken. Bij het schenken van grotere bedragen moet er namelijk schenkbelasting worden betaald. Echter: is uw vermogen groot? Dan is de belastingvrije voet misschien te laag om optimaal te profiteren van fiscale voordelen.

Bij schenkingen tot 124.727 euro betaalt u tien procent rente. Bij nog grotere schenkingen, verdubbelt het rentepercentage. Schenkt u bij leven grotere bedragen voor het lage tarief, dan kunt u voorkomen dat uw kinderen bij overlijden twintig procent erfbelasting moeten betalen.

Papieren schenking

Een andere optie is een zogenoemde ‘papieren schenking’. U legt dan – bij de notaris! – vast dat u over een bepaalde tijd een bedrag schenkt. Dat is een uitkomst als u het geld bij leven nog niet kunt missen, maar u toch uw vermogensoverdracht vast wilt plannen. Ook een bedrag dat op papier geschonken wordt, telt niet mee in de erfenis – en dus ook niet voor de erfbelasting.

De Belastingdienst ziet een papieren schenking als een schuld voor de schenker; over het geschonken bedrag moet de schenker elk jaar zes procent rente betalen aan de ontvanger. Ook voor de ontvanger heeft een papieren schenking fiscale gevolgen: het geschonken bedrag wordt namelijk direct gezien als vermogen. Uw kinderen dienen daar rekening mee te houden bij de aangifte van de inkomstenbelasting.

Professionele begeleiding


Door in kaart te brengen wat u – nu en in de toekomst – kunt missen, stelt u een optimaal schenkingsplan op. Misschien is dit voor u puur een fiscale kwestie, mogelijk betekent het iets anders voor u. Voor uw kinderen kan een schenkingsplan heel betekenisvol zijn, mogelijk zijn zij erg geholpen zijn met het geld.

Wat uw situatie ook is: bij ons bent u aan het juiste adres voor uitstekende begeleiding. Wij weten precies wat op fiscaal vlak de meest actuele regels, voorwaarden, mogelijkheden en vrijstellingen zijn, en welke vragen wij u moeten stellen om voor u tot de juiste oplossing te komen. Neem gerust contact met ons op als u benieuwd bent naar onze werkwijze.

echtscheidingsconvenant

Het echtscheidingsconvenant: uw zaakjes op orde bij een scheiding

 Gaat u scheiden? Dan kunt u in een echtscheidingsconvenant afspraken vastleggen die u samen heeft gemaakt. Een echtscheidingsconvenant kunt u op laten maken door de advocaat die ook de rest van uw scheiding regelt. Zo slaat u twee vliegen in één klap, omdat de advocaat toch al betrokken is. U kunt ook zelf een document opstellen, of dit door een notaris laten doen. Een echtscheidingsconvenant is niet verplicht. Besluit u afspraken vast te leggen? Bijvoorbeeld over alimentatie, de kinderen, uw eigen woning en andere praktische en financiële zaken? Dan is het verstandig om ze ook na te komen én daarbij de fiscale gevolgen goed mee te wegen. In dit artikel praten wij u bij.

 Feitelijke situatie is bepalend

Om in aanmerking te komen voor eventuele belastingvoordelen, is het van belang om na te komen wat u in het convenant vastgelegd heeft. Belastingregels zijn namelijk van toepassing op de feitelijke situatie, niet op afgesproken bedragen of afspraken die u op papier heeft gezet. Is er minder partneralimentatie betaald dan is afgesproken? Of is de partneralimentatie niet rentedragend geworden? Dan is niet het afgesproken bedrag aftrekbaar, maar slechts het betaalde bedrag. Voor de ontvanger is ook slechts het daadwerkelijk ontvangen bedrag belast. Betaalt u als één van de ex-partners méér dan afgesproken? En bedoelt u dit als schenking? Dan moet de ontvanger daar schenkbelasting over betalen.

 Afspraken over een eigen woning

Als echtpaar woonde u mogelijk samen in uw eigen koophuis. Wanneer u uit elkaar gaat, moeten er degelijke afspraken gemaakt worden over huisvesting, de ‘verdeling’ van uw woning en alle financiën daaromheen. Door duidelijke afspraken te maken en die op papier te zetten, voorkomt u achteraf discussie – met elkaar én met de Belastingdienst.

Een mogelijkheid is om het zogenoemde economisch eigendom van de woning over te laten gaan op één van de ex-partners. Dit houdt in dat deze persoon alle kosten en lasten draagt, ook alle waardeveranderingen en risico’s komen voor zijn of haar rekening. Fiscaal gezien heeft nu alléén deze partner nog een eigen woning, volgens de Wet Inkomstenbelasting. Eigenwoningrente is dus aftrekbaar. De andere partner heeft geen recht meer op hypotheekrenteaftrek. Juridisch gezien blijft u beiden eigenaar, tot u de woning verkoopt óf het koopcontract wijzigt bij de notaris.

De aftrekbaarheid van eigenwoningrente

Bij een echtscheiding is de aftrekbaarheid van de eigenwoningrente misschien wel het belangrijkste onderwerp om over na te denken. Zonder goede afspraken – of als afspraken niet nagekomen worden – maakt u mogelijk geen (volledige) aanspraak op belastingaftrek.

Vaak betaalt één van de ex­partners de eigenwoningrente volledig. Deze persoon heeft echter slechts recht op 50% van de aftrek, omdat beide partners samen de woning bezitten. De tweede helft mag de eerste partner dus niet aftrekken als eigenwoningrente. Als er sprake is van alimentatieplicht, kan dit deel soms wel worden afgetrokken. Hierover moeten dan afspraken worden vastgelegd in een convenant of andere (schriftelijke) overeenkomst.

Samen belastingaangifte doen

Gaat u in goed overleg uit elkaar, of wilt u gewoon samen de administratie goed afronden? Dan kunt u ervoor kiezen om samen belastingaangifte te doen over het jaar waarin u uit elkaar bent gegaan, en ook het fiscaal partnerschap eindigt. Een belangrijk voordeel: De Belastingdienst constateert bij gezamenlijke aangiftes minder fouten, u komt dus later niet voor verrassingen te staan. Bovendien kunt u samen de uitkomst van de aangifte beïnvloeden; aftrekposten kunt u in overleg verdelen op de manier die voor u beiden het meest gunstig uitpakt. Afspraken over de verdeling zijn eventueel ook vooraf vast te leggen in het echtscheidingsconvenant.

 Persoonlijk advies

U ziet: er komt óók fiscaal gezien heel wat kijken bij een scheiding. Er zijn heel veel mogelijkheden en regels. Laat uzelf hierover goed informeren en adviseren. Neem voor meer informatie – bijvoorbeeld over de belastingregels omtrent partneralimentatie of de verdeling van eigenwoningrente – of een breder toegespitst fiscaal advies – neem contact met ons op.

B.V.

Geruisloze terugkeer uit de B.V.: wanneer, waarom én hoe doet u dat?

 Veel ondernemingen hebben een B.V.-structuur. Niet gek, want een B.V. is aantrekkelijker voor investeerders, en privévermogen van de eigenaar of grootaandeelhouder is beschermd. Bovendien valt een B.V. vaak – afhankelijk van de winst – onder de vennootschapsbelasting. Dan betaalt u over het algemeen een lager tarief dan bij een vof of eenmanszaak, die onder de inkomstenbelasting vallen. Verandert er – ingrijpend, in negatieve zin en naar waarschijnlijkheid blijvend – iets in de hoeveelheid winst die uw onderneming maakt? Bijvoorbeeld door het faillissement van een grote klant, crisis of een andere oorzaak? Dan is het verstandig om te bekijken of de B.V. nog wel de juiste rechtsvorm is voor uw bedrijf. Daar helpen wij u graag bij.

 De belangrijkste redenen om een B.V.-structuur te voeren, zijn als volgt:

  1. Fiscale voordelen
  2. Beperkte aansprakelijkheid
  3. Commerciële uitstraling

Als uw B.V. niet voldoende winst of zelfs verlies maakt, kan het verstandig zijn om de B.V. op te heffen of in een andere vorm te gebruiken. Een B.V. kan relatief eenvoudig en zonder fiscale belemmeringen in een eenmanszaak worden omgezet; dat noemen we ‘terugkeer uit de B.V.’. Een regeling die vanwege de complexiteit niet vaak wordt gebruikt. Toch kan hij in veel gevallen voordelen opleveren voor u en uw bedrijf. In basis zijn er twee mogelijkheden om uit de B.V. terug te keren:

  1. De geruisloze terugkeer uit de B.V.
  2. De ruisende terugkeer uit de B.V.

In dit artikel bespreken wij de eerste vorm, omdat er bij een ruisende terugkeer uit de B.V. eigenlijk geen sprake is van fiscale faciliteiten.

De geruisloze terugkeer uit de B.V.

Bij een B.V. moet u salaris uitkeren. Soms lukt dit niet. Bij een eenmanszaak is de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing. Bovendien hoeft u in een dergelijke onderneming over de eerste 15.000 euro winst geen belasting te betalen.

Andere redenen om geruisloos uit een B.V. terug te keren kunnen zijn:

    • Meenemen verrekenbare verliezen uit de B.V.
    • Voorkomen overdrachtsbelasting op bedrijfspand in de B.V.
    • Niet afrekenen op aanmerkelijk belang winsten
    • Voorkomen afrekenen op een TBS-pand

Zowel in de Wet op Vennootschapsbelasting, de Wet Inkomstenbelasting als in de Wet Overdrachtsbelasting (voor onroerende zaken) zijn hiervoor bepalingen opgenomen.

Vaak worden bij een terugkeer uit de B.V. ‘simpelweg’ de activa en passiva overgedragen aan de voortzettende aandeelhouder. Ook de claim op stille reserves en goodwill gaan dan over op deze persoon. Kort gezegd treedt de nieuwe grootaandeelhouder fiscaal in de plaats van de besloten vennootschap. Voorwaarden kunnen eventueel in overleg met de fiscus bepaald worden.

Besluit u geruisloos terug te keren uit uw B.V.?

Bekijk als ondernemer of grootaandeelhouder allereerst of deze regeling voor uw situatie geschikt is. Als B.V. mag u namelijk uitsluitend natuurlijke personen als aandeelhouders hebben, om in aanmerking te komen voor geruisloze terugkeer. Dit sluit holdings bijvoorbeeld uit. Daarnaast is een geruisloze terugkeer niet geschikt voor fusies, overnames of liquidatie; het is namelijk een voorwaarde dat de aandeelhouders de onderneming van de vennootschap zelf voortzetten. Daarnaast zijn er mogelijk (fiscaal) gunstigere alternatieven voor uw situatie – bijvoorbeeld als u nog teveel winst maakt, of juist al (veel) verlies geleden hebt. Houd bijvoorbeeld ook rekening met voorwaartse verliesverrekening, ook de verliezen gaan namelijk (deels) over naar de voortzettende aandeelhouder. En die kunnen helaas niet verrekend worden met ander inkomen uit box 1 (inkomen uit werk en woning). In de praktijk is men zich hier niet altijd van bewust.

Laat u goed begeleiden in het proces

Voor toepassing van de geruisloze terugkeer moet de vennootschap een verzoek indienen bij de Belastingdienst. De fiscus zal het verzoek afwijzen als het niet op tijd ingediend is, als de gegevens niet volledig zijn, of als uw onderneming – om wat voor reden dan ook – niet aan de voorwaarden voldoet, en dus niet in aanmerking komt voor deze regeling.

Kortom: verkeert uw onderneming in zwaar weer, dan kan een geruisloze terugkeer uit de B.V. (fiscaal) voordelig voor u zijn. Ga echter niet over één nacht ijs. Laat u goed adviseren, want het proces is niet eenvoudig. Wilt u meer weten over de procedure? Neem dan contact met ons op; wij van Fiscaal Adviesbureau De Boer helpen u graag.

de arbeidsmarkt innoveert

De arbeidsmarkt innoveert: fiscaal veranderen we mee

We leven steeds meer in een digitale wereld. Ook de arbeidsmarkt innoveert. We bestellen massaal eten online, binnen een uur staat de bezorger op de stoep. Ook on-demand een taxi bestellen of een schoonmaakster of klusjesman inschakelen is zo gepiept. Dat biedt eindgebruikers lekker veel gemak en flexibiliteit, maar hoe zit het met de ‘werknemers’? De bezorgers en schoonmakers passen niet in een standaard hokje van het klassieke arbeidsmodel. Er is een nieuwe vorm van arbeid ontstaan: platformarbeid. Online platforms brengen vraag en aanbod van werk op een heel andere manier bij elkaar. Welke regels zijn van toepassing op deze ‘nieuwe werkers’? Welke rechten en plichten hebben zij? In dit artikel nemen we u mee in de discussie.

De platformsector is nog klein, met Uber en Deliveroo als de meest bekende voorbeelden. Minder dan één procent van de beroepsbevolking werkt via een dergelijke constructie, lazen we deze zomer in een Kamerbrief van minister Koolmees van SZW en staatssecretaris Snel van Financiën. Maar dat blijft niet zo: een (stormachtige) groei wordt verwacht, naast een uitbreiding naar het onderwijs en de zorgsector. Dat levert het de nodige vragen op: rond werkgever- en werknemerschap, ten aanzien van sociale bescherming én natuurlijk ook rondom fiscale- en andere juridische rechten en plichten.

Kwalificatie arbeidsrelatie

De vraag rijst hoe de arbeidsrelatie tussen het platform en de ‘platformwerker’ gekwalificeerd moet worden: zijn het zelfstandig ondernemers (ZZP-ers) of werknemers? Arbeidsrechtelijk heeft een arbeidsovereenkomst drie vereisten:

  • De medewerker verbindt zich (gedurende bepaalde tijd) persoonlijk arbeid te verrichten. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker bij verhindering (zonder toestemming) zelf een vervanger mag regelen of een opdracht mag weigeren.
  • De werkgever verbindt zich loon te betalen. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker betaald wordt op basis van facturen en of de medewerker doorbetaald wordt tijdens ziekte.
  • Er is een zekere gezagsverhouding; de werknemer verricht de arbeid in dienst van de werkgever. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker daadwerkelijk zelfstandig is en vrij is te bepalen op welke wijze de werkzaamheden worden verricht en of de werkgever (slechts) aanwijzingen kan geven.

Daarmee kan eigenlijk nog geen eenduidig antwoord gegeven worden op de vraag wat nu precies de aard is van de arbeidsrelatie van platformwerkers. Bij platformarbeid is er vaak geen sprake van een klassieke werkgever die instructies geeft aan de bezorger. Al het contact verloopt online; er is dus een interessante situatie ontstaan waarin een website in feite fungeert als werkgever.

Het belang van dit onderscheid?

Bij werknemerschap geniet je arbeidsrechtelijke bescherming, je loon wordt bijvoorbeeld doorbetaald bij ziekte en je hebt recht op een minimumloon, vakantiedagen en ontslagbescherming. Zelfstandig ondernemers worden minder beschermd, maar daar staan wel wat fiscale voordeling tegenover, zoals de MKB-winstvrijstelling en ondernemersaftrek.

Zelfstandig, of toch niet?

Platformwerkers die als ZZP’er aangemerkt worden, staan in een lastig parket. Het is namelijk in strijd met het mededingingsrecht om als onderneming vaste prijsafspraken te maken, terwijl een instantie als Deliveroo wél vaste prijzen per bezorging zal afspreken met bezorgers. Ook de fiscus zit erbovenop; vaste prijsafspraken kunnen namelijk duiden op schijnzelfstandigheid. Dan is er dus een opdrachtovereenkomst aangegaan, maar is er eigenlijk sprake van een verkapt dienstverband. Op deze manier ontkom je – als werkgever en/of werknemer – aan het betalen van sociale premies; wat een vorm van fraude is, waar je een boete voor kunt ontvangen van de Belastingdienst.

 Platformarbeid en de Belastingdienst

Om een platformwerker als werknemer te kwalificeren is het hebben van een arbeidsovereenkomst leidend voor de fiscus. Voor loonheffingen sluit de Belastingdienst aan bij de privaatrechtelijke definitie van arbeidsovereenkomst, zoals eerder omschreven. In de praktijk toetst de fiscus op de elementen gezag, loon en arbeid – met het zwaartepunt op gezag. Een extra moeilijkheid daarbij is dat de Belastingdienst – en in navolging ook de fiscale rechters – het begrip ‘gezag’ anders toetsen dan de civiele rechter. Daarnaast geldt voor de Belastingdienst dat als er geen privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst is, er mogelijk wel sprake kan zijn van een fictieve dienstbetrekking, zoals via een zogeheten tussenkomstbepaling of gelijkgesteldenregeling.

Volg de ontwikkelingen op de voet

De discussie is duidelijk, de problemen ook – zowel sociaal, juridisch als fiscaal. Nu is het afwachten: wat gaat de Nederlandse regering doen? Wordt het arbeidsrecht aangepast? Worden er fiscale aanpassingen gedaan om misbruik van platformwerkers te voorkomen en om ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’ te beschermen? De toekomst leert het ons, waarschijnlijk wachten we in ieder geval nog tot 2020 op uitsluitsel. Wij volgen we de ontwikkelingen. Leest u mee?

alimentatie

Afbouw voordeel fiscale aftrekposten (o.a. alimentatie)

Volgens het Belastingplan 2019 wijzigen – per 2023 – de tarieven van bepaalde aftrekposten. Zaken zoals alimentatie en giften kunnen vanaf dat moment alleen nog maar in aftrek gebracht worden tegen het lage tarief van de eerste schijf (37,05%), en niet meer tegen het toptarief van 49,5%. Vanaf 1 januari 2020 zal de aftrek worden afgebouwd.

Omdat tussen beide tarieven een verschil is van ruim 12 procent, kan deze wijziging fors effect hebben op inkomens. Vooral in het geval van alimentatie. Daarom wordt er in nieuwe situaties rekening gehouden met het verminderde belastingvoordeel, bij het vaststellen van de alimentatienormen. Krijgt u in een bestaande situatie last van de gewijzigde aftrekposten? Dan kan dat een reden zijn om uw afspraken te herzien.

Voor fiscaal advies staan wij u uiteraard graag bij. Voor herziening van bestaande regelingen heeft u een mediator, advocaat of rechter nodig.

uitvaartwensen

Veel onwetendheid bij Nederlanders over de uitvaartwensen van hun partner en vrienden

Het is iets waar je nog niet al te graag aan wil denken, maar vroeg of laat moet het toch de revue passeren. Hoewel de meesten er liever nog niet over willen praten, is het toch belangrijk om te weten hoe de uitvaart eruit gaat zien. Crematie of begrafenis? Het zijn vragen die zogezegd niet al te snel aan bod komen tijdens het avondeten aan tafel, maar toch niet minder belangrijk zijn.

Vaak weet iemand zelf wel of hij of zij gecremeerd of begraven wil worden. Uit het onderzoek van de Uitvaartverzekeringwijzer.net onder 1500 respondenten blijkt dat de partner in maar liefst 71% van de gevallen niet weet wat precies de uitvaartwensen zijn van hun partner.

60+ers niet op de hoogte van gewenste uitvaart partner

Dertigers zijn het meest onwetend op dit gebied. Maar liefst 80% van de respondenten in de leeftijdsgroep 30-40 jaar gaf aan niet te weten of zijn/haar partner begraven of gecremeerd wil worden. Een gevolg van dit hoge percentage is dat veel Nederlandse partners niet weten welke uitvaart hun overleden partner wil hebben en daarmee de kans groot is dat er bij plotseling overlijden niet de gewenste uitvaart wordt geregeld. Ook in de leeftijdscategorie 60-70 jaar zegt meer dan de helft van de Nederlanders niet te weten of zijn/haar partner gecremeerd of begraven wil worden. Dit is zéér opvallend, omdat deze mensen vaker in aanraking komen met het onderwerp, aldus de website uitvaartverzekeringwijzer.net

Lees meer