B.V.

Geruisloze terugkeer uit de B.V.: wanneer, waarom én hoe doet u dat?

 Veel ondernemingen hebben een B.V.-structuur. Niet gek, want een B.V. is aantrekkelijker voor investeerders, en privévermogen van de eigenaar of grootaandeelhouder is beschermd. Bovendien valt een B.V. vaak – afhankelijk van de winst – onder de vennootschapsbelasting. Dan betaalt u over het algemeen een lager tarief dan bij een vof of eenmanszaak, die onder de inkomstenbelasting vallen. Verandert er – ingrijpend, in negatieve zin en naar waarschijnlijkheid blijvend – iets in de hoeveelheid winst die uw onderneming maakt? Bijvoorbeeld door het faillissement van een grote klant, crisis of een andere oorzaak? Dan is het verstandig om te bekijken of de B.V. nog wel de juiste rechtsvorm is voor uw bedrijf. Daar helpen wij u graag bij.

 De belangrijkste redenen om een B.V.-structuur te voeren, zijn als volgt:

  1. Fiscale voordelen
  2. Beperkte aansprakelijkheid
  3. Commerciële uitstraling

Als uw B.V. niet voldoende winst of zelfs verlies maakt, kan het verstandig zijn om de B.V. op te heffen of in een andere vorm te gebruiken. Een B.V. kan relatief eenvoudig en zonder fiscale belemmeringen in een eenmanszaak worden omgezet; dat noemen we ‘terugkeer uit de B.V.’. Een regeling die vanwege de complexiteit niet vaak wordt gebruikt. Toch kan hij in veel gevallen voordelen opleveren voor u en uw bedrijf. In basis zijn er twee mogelijkheden om uit de B.V. terug te keren:

  1. De geruisloze terugkeer uit de B.V.
  2. De ruisende terugkeer uit de B.V.

In dit artikel bespreken wij de eerste vorm, omdat er bij een ruisende terugkeer uit de B.V. eigenlijk geen sprake is van fiscale faciliteiten.

De geruisloze terugkeer uit de B.V.

Bij een B.V. moet u salaris uitkeren. Soms lukt dit niet. Bij een eenmanszaak is de gebruikelijkloonregeling niet van toepassing. Bovendien hoeft u in een dergelijke onderneming over de eerste 15.000 euro winst geen belasting te betalen.

Andere redenen om geruisloos uit een B.V. terug te keren kunnen zijn:

    • Meenemen verrekenbare verliezen uit de B.V.
    • Voorkomen overdrachtsbelasting op bedrijfspand in de B.V.
    • Niet afrekenen op aanmerkelijk belang winsten
    • Voorkomen afrekenen op een TBS-pand

Zowel in de Wet op Vennootschapsbelasting, de Wet Inkomstenbelasting als in de Wet Overdrachtsbelasting (voor onroerende zaken) zijn hiervoor bepalingen opgenomen.

Vaak worden bij een terugkeer uit de B.V. ‘simpelweg’ de activa en passiva overgedragen aan de voortzettende aandeelhouder. Ook de claim op stille reserves en goodwill gaan dan over op deze persoon. Kort gezegd treedt de nieuwe grootaandeelhouder fiscaal in de plaats van de besloten vennootschap. Voorwaarden kunnen eventueel in overleg met de fiscus bepaald worden.

Besluit u geruisloos terug te keren uit uw B.V.?

Bekijk als ondernemer of grootaandeelhouder allereerst of deze regeling voor uw situatie geschikt is. Als B.V. mag u namelijk uitsluitend natuurlijke personen als aandeelhouders hebben, om in aanmerking te komen voor geruisloze terugkeer. Dit sluit holdings bijvoorbeeld uit. Daarnaast is een geruisloze terugkeer niet geschikt voor fusies, overnames of liquidatie; het is namelijk een voorwaarde dat de aandeelhouders de onderneming van de vennootschap zelf voortzetten. Daarnaast zijn er mogelijk (fiscaal) gunstigere alternatieven voor uw situatie – bijvoorbeeld als u nog teveel winst maakt, of juist al (veel) verlies geleden hebt. Houd bijvoorbeeld ook rekening met voorwaartse verliesverrekening, ook de verliezen gaan namelijk (deels) over naar de voortzettende aandeelhouder. En die kunnen helaas niet verrekend worden met ander inkomen uit box 1 (inkomen uit werk en woning). In de praktijk is men zich hier niet altijd van bewust.

Laat u goed begeleiden in het proces

Voor toepassing van de geruisloze terugkeer moet de vennootschap een verzoek indienen bij de Belastingdienst. De fiscus zal het verzoek afwijzen als het niet op tijd ingediend is, als de gegevens niet volledig zijn, of als uw onderneming – om wat voor reden dan ook – niet aan de voorwaarden voldoet, en dus niet in aanmerking komt voor deze regeling.

Kortom: verkeert uw onderneming in zwaar weer, dan kan een geruisloze terugkeer uit de B.V. (fiscaal) voordelig voor u zijn. Ga echter niet over één nacht ijs. Laat u goed adviseren, want het proces is niet eenvoudig. Wilt u meer weten over de procedure? Neem dan contact met ons op; wij van Fiscaal Adviesbureau De Boer helpen u graag.

de arbeidsmarkt innoveert

De arbeidsmarkt innoveert: fiscaal veranderen we mee

We leven steeds meer in een digitale wereld. Ook de arbeidsmarkt innoveert. We bestellen massaal eten online, binnen een uur staat de bezorger op de stoep. Ook on-demand een taxi bestellen of een schoonmaakster of klusjesman inschakelen is zo gepiept. Dat biedt eindgebruikers lekker veel gemak en flexibiliteit, maar hoe zit het met de ‘werknemers’? De bezorgers en schoonmakers passen niet in een standaard hokje van het klassieke arbeidsmodel. Er is een nieuwe vorm van arbeid ontstaan: platformarbeid. Online platforms brengen vraag en aanbod van werk op een heel andere manier bij elkaar. Welke regels zijn van toepassing op deze ‘nieuwe werkers’? Welke rechten en plichten hebben zij? In dit artikel nemen we u mee in de discussie.

De platformsector is nog klein, met Uber en Deliveroo als de meest bekende voorbeelden. Minder dan één procent van de beroepsbevolking werkt via een dergelijke constructie, lazen we deze zomer in een Kamerbrief van minister Koolmees van SZW en staatssecretaris Snel van Financiën. Maar dat blijft niet zo: een (stormachtige) groei wordt verwacht, naast een uitbreiding naar het onderwijs en de zorgsector. Dat levert het de nodige vragen op: rond werkgever- en werknemerschap, ten aanzien van sociale bescherming én natuurlijk ook rondom fiscale- en andere juridische rechten en plichten.

Kwalificatie arbeidsrelatie

De vraag rijst hoe de arbeidsrelatie tussen het platform en de ‘platformwerker’ gekwalificeerd moet worden: zijn het zelfstandig ondernemers (ZZP-ers) of werknemers? Arbeidsrechtelijk heeft een arbeidsovereenkomst drie vereisten:

  • De medewerker verbindt zich (gedurende bepaalde tijd) persoonlijk arbeid te verrichten. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker bij verhindering (zonder toestemming) zelf een vervanger mag regelen of een opdracht mag weigeren.
  • De werkgever verbindt zich loon te betalen. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker betaald wordt op basis van facturen en of de medewerker doorbetaald wordt tijdens ziekte.
  • Er is een zekere gezagsverhouding; de werknemer verricht de arbeid in dienst van de werkgever. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker daadwerkelijk zelfstandig is en vrij is te bepalen op welke wijze de werkzaamheden worden verricht en of de werkgever (slechts) aanwijzingen kan geven.

Daarmee kan eigenlijk nog geen eenduidig antwoord gegeven worden op de vraag wat nu precies de aard is van de arbeidsrelatie van platformwerkers. Bij platformarbeid is er vaak geen sprake van een klassieke werkgever die instructies geeft aan de bezorger. Al het contact verloopt online; er is dus een interessante situatie ontstaan waarin een website in feite fungeert als werkgever.

Het belang van dit onderscheid?

Bij werknemerschap geniet je arbeidsrechtelijke bescherming, je loon wordt bijvoorbeeld doorbetaald bij ziekte en je hebt recht op een minimumloon, vakantiedagen en ontslagbescherming. Zelfstandig ondernemers worden minder beschermd, maar daar staan wel wat fiscale voordeling tegenover, zoals de MKB-winstvrijstelling en ondernemersaftrek.

Zelfstandig, of toch niet?

Platformwerkers die als ZZP’er aangemerkt worden, staan in een lastig parket. Het is namelijk in strijd met het mededingingsrecht om als onderneming vaste prijsafspraken te maken, terwijl een instantie als Deliveroo wél vaste prijzen per bezorging zal afspreken met bezorgers. Ook de fiscus zit erbovenop; vaste prijsafspraken kunnen namelijk duiden op schijnzelfstandigheid. Dan is er dus een opdrachtovereenkomst aangegaan, maar is er eigenlijk sprake van een verkapt dienstverband. Op deze manier ontkom je – als werkgever en/of werknemer – aan het betalen van sociale premies; wat een vorm van fraude is, waar je een boete voor kunt ontvangen van de Belastingdienst.

 Platformarbeid en de Belastingdienst

Om een platformwerker als werknemer te kwalificeren is het hebben van een arbeidsovereenkomst leidend voor de fiscus. Voor loonheffingen sluit de Belastingdienst aan bij de privaatrechtelijke definitie van arbeidsovereenkomst, zoals eerder omschreven. In de praktijk toetst de fiscus op de elementen gezag, loon en arbeid – met het zwaartepunt op gezag. Een extra moeilijkheid daarbij is dat de Belastingdienst – en in navolging ook de fiscale rechters – het begrip ‘gezag’ anders toetsen dan de civiele rechter. Daarnaast geldt voor de Belastingdienst dat als er geen privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst is, er mogelijk wel sprake kan zijn van een fictieve dienstbetrekking, zoals via een zogeheten tussenkomstbepaling of gelijkgesteldenregeling.

Volg de ontwikkelingen op de voet

De discussie is duidelijk, de problemen ook – zowel sociaal, juridisch als fiscaal. Nu is het afwachten: wat gaat de Nederlandse regering doen? Wordt het arbeidsrecht aangepast? Worden er fiscale aanpassingen gedaan om misbruik van platformwerkers te voorkomen en om ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’ te beschermen? De toekomst leert het ons, waarschijnlijk wachten we in ieder geval nog tot 2020 op uitsluitsel. Wij volgen we de ontwikkelingen. Leest u mee?

alimentatie

Afbouw voordeel fiscale aftrekposten (o.a. alimentatie)

Volgens het Belastingplan 2019 wijzigen – per 2023 – de tarieven van bepaalde aftrekposten. Zaken zoals alimentatie en giften kunnen vanaf dat moment alleen nog maar in aftrek gebracht worden tegen het lage tarief van de eerste schijf (37,05%), en niet meer tegen het toptarief van 49,5%. Vanaf 1 januari 2020 zal de aftrek worden afgebouwd.

Omdat tussen beide tarieven een verschil is van ruim 12 procent, kan deze wijziging fors effect hebben op inkomens. Vooral in het geval van alimentatie. Daarom wordt er in nieuwe situaties rekening gehouden met het verminderde belastingvoordeel, bij het vaststellen van de alimentatienormen. Krijgt u in een bestaande situatie last van de gewijzigde aftrekposten? Dan kan dat een reden zijn om uw afspraken te herzien.

Voor fiscaal advies staan wij u uiteraard graag bij. Voor herziening van bestaande regelingen heeft u een mediator, advocaat of rechter nodig.

uitvaartwensen

Veel onwetendheid bij Nederlanders over de uitvaartwensen van hun partner en vrienden

Het is iets waar je nog niet al te graag aan wil denken, maar vroeg of laat moet het toch de revue passeren. Hoewel de meesten er liever nog niet over willen praten, is het toch belangrijk om te weten hoe de uitvaart eruit gaat zien. Crematie of begrafenis? Het zijn vragen die zogezegd niet al te snel aan bod komen tijdens het avondeten aan tafel, maar toch niet minder belangrijk zijn.

Vaak weet iemand zelf wel of hij of zij gecremeerd of begraven wil worden. Uit het onderzoek van de Uitvaartverzekeringwijzer.net onder 1500 respondenten blijkt dat de partner in maar liefst 71% van de gevallen niet weet wat precies de uitvaartwensen zijn van hun partner.

60+ers niet op de hoogte van gewenste uitvaart partner

Dertigers zijn het meest onwetend op dit gebied. Maar liefst 80% van de respondenten in de leeftijdsgroep 30-40 jaar gaf aan niet te weten of zijn/haar partner begraven of gecremeerd wil worden. Een gevolg van dit hoge percentage is dat veel Nederlandse partners niet weten welke uitvaart hun overleden partner wil hebben en daarmee de kans groot is dat er bij plotseling overlijden niet de gewenste uitvaart wordt geregeld. Ook in de leeftijdscategorie 60-70 jaar zegt meer dan de helft van de Nederlanders niet te weten of zijn/haar partner gecremeerd of begraven wil worden. Dit is zéér opvallend, omdat deze mensen vaker in aanraking komen met het onderwerp, aldus de website uitvaartverzekeringwijzer.net

Lees meer

Schenkbelasting

Een schenking geven of krijgen: hoe zit het met de belasting?

Heeft u wat saldo op de bank staan en wilt u daar wat mee? Denkt u erover om uw (klein)kinderen een financieel steuntje in de rug te geven, een vriend of familielid uit de brand te helpen of wilt u een bedrag aan het goede doel geven? Dat kan uiteraard, maar fiscaal zijn daar wel wat voorwaarden en regels aan verbonden. Na het lezen van dit artikel weet u precies wat kan en wat mag, en hoe het zit met schenkbelasting.

 Het Burgerlijk Wetboek definieert een schenking – of gift – als volgt:

Iedere handeling die er toe strekt dat degene die de handeling verricht, een ander ten koste van eigen vermogen verrijkt.

De schenker ziet dus zijn vermogen slinken – dat wordt ook wel ‘verarming’ genoemd – met de bedoeling dat de ontvanger daar rijker van wordt, of anderszins een voordeel aan heeft. Waarom de schenker zijn of haar vermogen met iemand anders deelt, is daarbij niet van belang. Een schenking kan dienen als cadeau, om iemand mee te helpen, of u bereidt zich voor op een situatie waarin u er zelf niet meer bent.

Verschillende vormen van schenking

De ene schenking is de andere niet. De meest voor de hand liggende variant van de schenking is het schenken van geld; contant of via een bankoverboeking. Een girale schenking is altijd aan te bevelen, een overschrijving van bank naar bank is namelijk altijd terug te vinden en dat is bruikbaar als bewijslast voor de fiscus. Een schenking in natura is ook mogelijk, denk daarbij bijvoorbeeld aan het schenken van een auto of een (duur) kunstwerk. Bij een schenking in natura schrijft u het object van uw naam over op de naam van de naam van de ontvanger. Een derde optie is een ‘papieren schenking’. Dit is een oplossing voor een situatie waarin u niet direct geld wilt of kunt schenken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer het geld in beleggingen zit, of als de schenker bij leven nog wil blijven beschikking over het vermogen. Een schenking op papier legt u vast bij de notaris. Het geld kan, tenzij u zelf anders bepaalt, pas opgeëist worden bij overlijden.

Lees meer

Herzieningen in het pensioenstelsel: wij praten u bij

Er is de afgelopen tijd veel te doen geweest over het pensioen. Veel veranderingen, veel verwarring. Want laten we eerlijk zijn: financiële zaken zijn voor veel Nederlanders taaie kost. In dit artikel neem ik u graag mee in de ontwikkelingen op pensioengebied, want er staan heel wat veranderingen op stapel.

Nederland vergrijst. En dat maakt het huidige pensioensysteem te duur. Er wordt daarom door het kabinet en de Sociaal-Economische Raad (SER) flink nagedacht over een grondige hervorming van het pensioenstelsel.

Verhoging pensioenleeftijd

De eerste veranderingen zijn al ingezet. Per 1 januari 2018 is de pensioenrichtleeftijd namelijk verhoogd naar 68 jaar. Dit is de leeftijd die in de fiscale wetgeving wordt gebruikt voor de berekening van de maximaal toegestane pensioenopbouw. Het is dus niet hetzelfde als de AOW-gerechtigde leeftijd en heeft geen invloed op wanneer je met pensioen mag. In 2014 is de pensioenrichtleeftijd al verhoogd van 65 naar 67 jaar. De wetgeving die deze verhogingen mogelijk maakt, koppelt de verhoging van de pensioenrichtleeftijd aan de verhoogde levensverwachting.

Wat betekent deze verhoging voor u?

De verhoging van de pensioenrichtleeftijd betekent een verdere versobering van de pensioenopbouw. De maximale opbouwpercentages worden namelijk niet aangepast, maar het pensioen gaat wel een jaar later in. U mag met een pensioenrichtleeftijd van 68 ook stoppen met werken op uw 67e, maar dan moet er dus officieel ook een lager opbouwpercentage gelden. Of de pensioenregeling moet worden aangepast, is afhankelijk van wat daarin is vastgelegd. Mogelijk moet met de verandering van de pensioenrichtleeftijd óók de pensioenleeftijd verhoogd worden naar 68 jaar. Of de opbouwpercentages worden verlaagd, zodat deze aansluiten bij de gewijzigde fiscale maxima. Met andere woorden: houdt u vast aan uw pensioenleeftijd, dan bouwt u minder pensioen op.

Meer eigen verantwoordelijkheid

Er moeten mogelijk dus ook pensioenafspraken tussen werknemers, werkgevers en pensioenfondsen aangepast worden. En zo’n aanpassing kan alleen worden doorgevoerd met instemming van de werknemer. Bovendien schuift de SER in het conceptadvies voor de herziening van het pensioenstelsel over het algemeen gezien steeds méér verantwoordelijkheden met betrekking tot de pensioenopbouw door naar de individuele pensioenspaarder.

Basiskennis onvoldoende

Uit onderzoek blijkt dat er op dit moment gemiddeld onvoldoende basiskennis is over het pensioenstelsel én andere persoonlijke financiële kwesties. Met het oog op de zorgplicht moeten er in de herziening van het pensioenstelsel dus ook aanvullende maatregelen komen om de individuele pensioenspaarder klaar te stomen om zelfstandig weloverwogen beslissingen te kunnen maken over de eigen pensioenopbouw. Oók de doorsnee-pensioenspaarder moet inzicht krijgen in deze complexe materie en op de hoogte zijn van belangrijke kansen en risico’s in de financiële wereld.

Voorbereid op de toekomst

Het kabinet streeft ernaar in het voorjaar van 2018 een akkoord te sluiten over de herziening van het pensioenstelsel. Deze veranderingen moeten in 2020 grotendeels gerealiseerd zijn.

Als fiscaal adviesbureau zitten wij uiteraard bovenop alle ontwikkelingen. Wij houden u graag op de hoogte. Bent u benieuwd of u up-to-date bent op pensioengebied, of wilt u uw persoonlijke situatie eens doorspreken zodat u klaar bent voor de toekomst? Neem gerust contact met ons op.

belastingaangifte

Te goeder trouw: zo voorkomt u een naheffing over uw belastingaangifte van de fiscus

In Nederland betalen we allerlei soorten belasting. Belastingaangifte doen wordt door technologische ontwikkelingen steeds eenvoudiger. Maar, een vergissing is menselijk. Weet dat u als u een fout constateert zelf verantwoordelijk bent om dit kenbaar te maken bij de Belastingdienst. In dit artikel leest u hoe u zelf eventuele correcties doorvoert en onder welke voorwaarden en termijnen de fiscus mag navorderen of naheffen.

 De technologische ontwikkelingen zijn erg handig, aangifte doen wordt steeds makkelijker. Maar wist u dat veel aangiftes ook automatisch worden afgehandeld? Er kijkt dus lang niet altijd meer iemand kritisch naar de gegevens die u heeft ingevuld. De Belastingdienst vertrouwt blind op uw input. Alleen bij hele grote verschillen wordt er een onderzoek gestart. Komt u er na het indienen van de aangifte achter dat de gegevens toch niet helemaal kloppen? Omdat u een fout heeft gemaakt, of omdat er nieuwe gegevens aan het licht zijn gekomen? Dan bent u zelf verantwoordelijk om dit bij de Belastingdienst kenbaar te maken. Dit is zelfs verplicht. Er zijn verschillende mogelijkheden om uw belastingaangifte te corrigeren. Als u een correctie onterecht achterwege laat, te laat of onvolledig indient, kan de Belastingdienst u hiervoor een boete opleggen. Daarnaast loopt u ook nog het risico een betaalverzuimboete krijgen vanwege een foute of onvolledige aangifte.

Zelf corrigeren

Heeft u net uw persoonlijke aangifte of die van uw bedrijf ingediend, maar merkt u dat u iets vergeten bent? Dan kunt u dat vaak zelf nog corrigeren. De procedure van zo’n wijziging is afhankelijk van het type belasting en de manier waarop de Belastingdienst een aangifte verwerkt.

  • Suppletie

Om de wijziging of aanvulling door te geven, vult u een suppletie-formulier in: een aanvullend formulier dat naast de aangifte gebruikt wordt. Dit geldt bijvoorbeeld voor de btw-aangifte.

  • Nieuwe aangifte indienen

Heeft u een aangifte definitief ingediend, maar heeft u nog geen schriftelijke reactie gehad van de Belastingdienst? Dan kunt u de aangifte opnieuw indienen, bijvoorbeeld via de software. De laatste versie wordt in behandeling genomen. Dit geldt bijvoorbeeld bij loonaangifte of inkomstenbelasting.

  • Correctiebericht

Is de uiterste aangiftedatum van uw loonaangifte verstreken wanneer u een fout ontdekt? Dan krijgt u te maken met een correctiebericht. Hoeveel gegevens u opnieuw in moet vullen, hangt af van de fout die u gemaakt heeft.

  • Bezwaar maken

Is de aangifte al behandeld? Dan krijgt u een voorlopige of definitieve aanslag. Zodra u deze heeft ontvangen, kunt u geen nieuwe aangifte meer indienen. U moet dan (schriftelijk) bezwaar maken.

  • Schriftelijk verzoek of ambtshalve vermindering

Als de bezwaartermijn verstreken is – zes weken na dagtekening van de aanslag – is ambtshalve vermindering nog de enige manier om een correctie door te voeren. In het algemeen kunt u tot vijf jaar na afloop van het belastingjaar een verzoek doen om de belastingaanslag ambtshalve te verlagen. Dat geldt voor de meeste soorten belasting; inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, erf- of schenkbelasting, loonheffing en BTW.

Onderzoeksplicht

In principe volgt de Belastingdienst uw aangifte. Maar als uw aangifte vraagtekens oproept, dan heeft de belastinginspecteur een onderzoeksplicht. De fiscus mag echter niet zomaar navorderen. Klopt er iets niet? Dan is het voor de Belastingdienst mogelijk om een aanslag achteraf te corrigeren: met een navordering of naheffing. In principe mag er alleen nagevorderd worden als er sprake is van een nieuw feit. Het gaat daarbij om feiten die op het moment van regelen van de definitieve aanslag nog niet bekend waren of die bij de inspecteur redelijkerwijs niet bekend konden zijn.

Er zijn situaties denkbaar waarin de Belastingdienst geen nieuw feit nodig heeft om na te mogen vorderen. Bijvoorbeeld als geconstateerd wordt dat u bewust uw belastingaangifte niet heeft ingevuld of dat er opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt zijn (kwade trouw), of als de aanvankelijk opgelegde aanslag tenminste 30% lager is dan de feitelijk verschuldigde belasting (kenbare fout).

Termijnen navordering of naheffing

De Belastingdienst mag binnen de termijn van vijf jaar een navorderings- of naheffingsaanslag opleggen. Hierop bestaan echter een paar uitzonderingen. De navorderingstermijn bij een kenbare fout is bijvoorbeeld slechts twee jaar. Is de belastingschuld ontstaan naar aanleiding van inkomsten of vermogen uit het buitenland? Dan geldt er zelfs een navorderingstermijn van twaalf jaar na het einde van het belastingtijdvak waarin de schuld is ontstaan.

Hulp nodig bij een correctie?

Heeft u zelf een foutje geconstateerd in één van uw aangiftes en weet u niet zo goed hoe nu verder? Aarzel niet om contact met ons op te nemen. Wij helpen u graag verder.

 

uitvaartverzekering

Had uw overleden dierbare een uitvaartverzekering?

Nabestaanden weten niet altijd zeker of hun overleden dierbare een uitvaartverzekering had. Voor veel mensen is de dood een onbespreekbaar onderwerp. Het is mogelijk dat de overledene ooit een uitvaartverzekering had afgesloten, maar het bestaan ervan was vergeten of dit nooit heeft gemeld aan zijn/haar dierbaren. Ook kan het gebeuren dat iemand de nalatenschap moet afhandelen van een verre verwante die hij/zij nauwelijks kende en daarmee zeker het bestaan van een polis niet kan weten.

Er zijn gelukkig verschillende manieren om te achterhalen of de overledene wel of geen een uitvaartverzekering had afgesloten.

Achterhalen uitvaartpolis overledene

Om te achterhalen of de overledene een uitvaartverzekering had, is het allereerst van belang de administratie en overige bezittingen van de overledene goed te doorzoeken. Vooral oude polissen zijn nog wel eens gaan dwalen en kunnen op onverwachte plaatsen opduiken. Als er geen uitvaartpolis tussen de papieren van de overledene is terug te vinden, dan betekent dat nog niet dat hij of zij geen uitvaartpolis had. De polis kan zijn zoekgeraakt bij een verhuizing of verloren zijn gegaan door waterschade of brand. Eventuele (oude) bankafschriften leveren dan vaak informatie op over de verzekeringen die de overledene had afgesloten. Of misschien had de overledene een assurantieadviseur die nabestaanden meer kan vertellen.

Verbond van verzekeraars

Als dit alles niets oplevert, dan kunnen erfgenamen en executeurs bij Het Verbond van Verzekeraars een aanvraag indienen voor een zoekprocedure. Hier zijn wel een aantal voorwaarden aan verbonden. Zo moeten nabestaanden bijvoorbeeld een aantal documenten kunnen overleggen. De zoekservice van Het Verbond van Verzekeraars heeft doorgaans twee tot drie maanden tijd nodig om een uitvaartpolis op te sporen.

Een oude uitvaartpolis terugvinden

Het komt regelmatig voor dat nabestaanden bij het ontruimen van het huis van de overledene nog een oude uitvaartpolis vinden. Vaak staat daar de naam van een verzekeringsmaatschappij of begrafenisfonds op dat al jaren niet meer bestaat. Dat betekent niet dat nabestaanden geen recht meer hebben op uitkering. Oude uitvaartpolissen zijn altijd door een andere verzekeraar overgenomen.

Om er achter te komen welke maatschappij de polis nu beheert, heeft De Nederlandsche Bank (DNB) een lijst opgesteld van oude uitvaartverzekeraars en hun rechtsopvolgers. Wettelijk gezien hebben nabestaanden tot vijf jaar na overlijden van de verzekerde recht op uitkering door een uitvaartverzekeraar.

ubo-register

Wat je moet weten over het UBO-register

Recentelijk is er bij de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel ingediend voor het invoeren van een zogeheten UBO-register. In dit artikel vertellen we je alles dat je hierover moet weten!

Waar komt het idee voor het UBO-register vandaan?

Momenteel worden alleen aandeelhouders van vennootschappen in het handelsregister geregistreerd; aandeelhouders van BV’s en niet-beursgenoteerde NV’s worden dat niet, waardoor zij moeilijk of helemaal niet te achterhalen zijn. Het handelsregister biedt nu daarom onvoldoende zicht op de achter een vennootschap schuilgaande personen en hun aandelenbelangen. Dit maakt het makkelijk voor criminelen om misbruik te maken van verschillende juridische entiteiten, bijvoorbeeld voor belastingontduiking of het witwassen van geld.

Tweede Kamerleden Groot en Gesthuizen hebben als antwoord op dit probleem een wetsvoorstel ingediend voor twee verschillende registers: het centraal aandeelhoudersregister en het UBO-register.

  • Centraal aandeelhoudersregister

Het centraal aandeelhoudersregister is een database waarin alle personen die bij een vennootschap of andere rechtspersoon betrokken zijn geregistreerd worden.

De informatie in het centraal aandeelhoudersregister is uitsluitend raadpleegbaar door de Belastingdienst en andere aangewezen publieke diensten, notarissen en specifieke instellingen die vallen onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

  • UBO-register

‘UBO’ staat voor Ultimate Beneficial Owner. Het gaat hierbij dus om een register met informatie over de uiteindelijk belanghebbenden van een vennootschap of andere juridische entiteit. In tegenstelling tot het centraal aandeelhoudersregister moet het UBO register een openbaar systeem worden.

Dat UBO-register zal een grote impact hebben op verschillende juridische entiteiten en hun aandeelhouders. Daarom zullen we hieronder wat meer over dit register uitleggen.

Lees meer

tweede kamerverkiezingen 2017 finale standpunten

Tweede Kamerverkiezingen 2017: Ziet u de door de bomen het fiscale bos niet meer?

In de aanloop naar de verkiezingen voor de Tweede Kamer worden we bedolven onder verkiezingsprogramma’s. Maar die verkiezingsprogramma’s vertonen grote verschillen in omvang en kwaliteit. De meeste verkiezingsprogramma’s bevatten ook een fiscale paragraaf. Met nadruk op ‘de meeste,’ want bij een aantal partijen blijkt deze compleet te ontbreken. Een aantal partijen zoals de VVD laten zo weinig mogelijk los over hun fiscale standpunten, en andere partijen (waaronder D66) geven hun fiscale paragraaf pas vrij na Prinsjesdag. Helaas worden de fiscale standpunten die wél naar buiten zijn gebracht, gekenmerkt door onzorgvuldigheid, onwetendheid, tegenstrijdigheid en zelfzuchtigheid.

Lees meer