vpb-aangifte

Boekenonderzoek ontslaat bedrijf niet van plicht van Vpb-aangifte

Als een B.V. is uitgenodigd tot het doen van de Vpb-aangifte, moet het aangifte doen binnen een door de inspecteur gestelde termijn. De Belastingdienst accepteert in beginsel geen excuses voor het niet reageren op deze uitnodiging. Een opleidingsbedrijf had bijvoorbeeld voor Hof Arnhem-Leeuwarden diverse excuses aangevoerd. Zo zou het bedrijf niet over een administratie beschikken. Geen accountant zou bereid zijn een jaarrekening op te stellen.

Verder stelde het bedrijf dat de inspecteur bij haar het vertrouwen had gewekt dat zij was ontheven van de aangifteplicht omdat een boekenonderzoek zou worden ingesteld. En ten slotte meende het bedrijf dat zij niet aangifteplichtig was omdat ‘zich geen belastbare feiten hadden voorgedaan’.

Het hof accepteerde geen van deze excuses, waardoor het bedrijf een ambtshalve aanslag en een boete kreeg opgelegd.

verdragsvrijstelling

Verdragsvrijstelling buitenlandse onroerende zaken is netto

Nederland verleent in veel belastingverdragen een vrijstelling voor buitenlandse onroerende zaken in de vorm van verdragsvrijstelling. Deze vrijstelling wordt in beginsel verlaagd als sprake is van schulden ter financiering van die onroerende zaken. In een zaak voor Hof Amsterdam is duidelijk geworden dat het hier om een netto vrijstelling gaat. Dit betekent dat de vrij te stellen waarde wordt verlaagd als sprake is van schulden die zijn aangegaan ter financiering van de woning. In sommige Protocollen, bijvoorbeeld die in het verdrag met Italië, staat dat men bij het bepalen van de vermindering ter voorkoming van dubbele belasting rekening moet houden met hypothecaire schulden. Niet-hypothecaire schulden zouden dus in eerste instantie buiten aanmerking moeten blijven. Deze bepaling heeft echter uitsluitend betrekking op de oude vermogensbelasting. Ook niet-hypothecaire schulden verlagen dus vermindering ter voorkoming van dubbele belasting.

WOZ-waarde

WOZ-waarde woning is waarde tijdens koop

De Hoge Raad hakte 29 januari een belangrijke knoop door voor de bepaling van de WOZ-waarde van de eigen woning en andere onroerende zaken. De koopprijs van een woning moet worden gelijkgesteld aan de waarde van de woning op het tijdstip van de koop. Dit is vooral relevant als tussen koop en levering een langere periode zit en eventueel de peildatum passeert. Uit overweging van uitvoerbaarheid mag men in beginsel toch wel uitgaan van het tijdstip van levering als aan twee voorwaarden is voldaan. De eerste is dat bij de koop een zakelijke prijs is overeengekomen. De tweede voorwaarde luidt dat niet meer dan drie maanden zijn verstreken tussen de koopovereenkomst en de levering. Bij bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. In dat geval ligt de bewijslast bij de partij die bijzondere omstandigheden stelt.

maatschapsaandeel

Maatschapsakte bepaalt waarde maatschapsaandeel

Stel dat twee echtgenoten in gemeenschap zijn gehuwd en samen een maatschap aangaan. Bij het overlijden van een van hen moet dan de waarde van het maatschapsaandeel worden berekend om de waarde de nalatenschap te bepalen. De waarde van de nalatenschap omvat namelijk de helft van de waarde van de ontbonden gemeenschap. Dus ook de waarde van het maatschapsaandeel van de erflater in het vermogen van de onderneming. De maatschapsovereenkomst kan stellen dat de waarde van het maatschapsaandeel van erflater moet worden berekend op de door de langstlevende partner te betalen overnamesom in geval van voorzetting van het bedrijf. In zo’n geval moet men de waarde van het maatschapsaandeel van de echtgenote stellen op de liquidatiewaarde van de maatschap als deze is ontbonden door het overlijden van de erflater. Op de echtgenote rust na het overlijden van erflater immers niet meer de verplichting haar onderneming door een ander te laten overnemen tegen de overnamewaarde.

niet-gelieerde

Transactie niet-gelieerde partijen altijd zakelijk

De Hoge Raad heeft in zijn arrest duidelijk gemaakt dat niet-gelieerde partijen elkaar geen onzakelijke lening kunnen verstrekken. De eerdere rechtspraak over onzakelijke leningen is namelijk alleen van toepassing als sprake is van een aandeelhoudersrelatie of andere bijzondere persoonlijke betrekkingen tussen de schuldeiser en de schuldenaar. De uitkomt van het arrest van de Hoge Raad is overigens niet altijd voordelig voor de belastingplichtige. De vrijval van een zakelijke schuld is namelijk in beginsel belast. De fiscus moet een vrijval van een onzakelijke schuld in beginsel aanmerken als een onbelaste kapitaalstorting.

duurzame zelfbewoning

Duurzame zelfbewoning ook mogelijk bij verkoopplannen

Als een ondernemer zijn bedrijfspand gebruikt voor duurzame zelfbewoning, heeft dit een drukkend effect op de te belasten waarde als dit pand overgaat naar het privévermogen. Volgens Hof Amsterdam kan een pand dat in de verkoop staat toch voor zelfbewoning dienen. In de zaak voor het hof was het pand ondanks de verkoopplannen feitelijk gebruikt voor zelfbewoning. De zelfbewoning had daardoor een duurzaam karakter en een waardedrukkend effect.

bewaarplicht

Bewaarplicht administratie

De administratie van de onderneming moet zeven jaar worden bewaard. Aan het einde van 2015 kan dus de administratie over 2008 en eventueel voorgaande jaren worden weggedaan. Het is echter verstandig om niet alles weg te doen. Zo moet in verband met de herzieningstermijn voor de BTW de administratie van onroerende zaken tien in plaats van zeven jaar worden bewaard.

Permanente documenten, zoals notariële akten, pensioenpolissen en vaststellingsovereenkomsten met de Belastingdienst, moeten natuurlijk altijd worden bewaard

Urencriterium voor ondernemersfaciliteiten

 Voor de zelfstandigenaftrek, de speur- en ontwikkelingsaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve geldt een urencriterium. Minimaal 1.225 uren moeten in een kalenderjaar zijn besteed aan de onderneming en ook nog eens minimaal 50% van de beschikbare tijd.

Voor startende ondernemers geldt een soepeler urencriterium doordat de 50%-eis niet geldt. Startende ondernemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben genoeg aan 800 ondernemingsuren om te voldoen aan het urencriterium.

Deeltijdondernemers, die naast hun onderneming een dienstbetrekking hebben, zullen doorgaans niet kunnen voldoen aan het urencriterium. Rechtbank Den Haag heeft beslist dat de reistijd die is gemaakt voor de dienstbetrekking, niet meetelt voor de uren die voor de dienstbetrekking worden gemaakt, maar Hof Den Haag besliste daarna dat die uren wel meetellen. De Hoge Raad moet hier nog over beslissen. Deeltijdondernemers kunnen zich voorlopig op het standpunt stellen dat de reistijd van de dienstbetrekking niet meetelt voor de uren van de dienstbetrekking. Hierdoor zullen zij iets gemakkelijker kunnen voldoen aan het urencriterium.

Ondernemers die twee jaar achter elkaar niet voldoen aan het urencriterium, moeten de oudedagsreserve belast laten afnemen met het bedrag van de oudedagsreserve dat hoger is dan het ondernemingsvermogen.

 

Schenkbelasting

Bezwaar tegen schenkbelasting bij kwijtschelding deel koopsom woning

Bij de verkoop van een woning, gevolgd door een gedeeltelijke kwijtschelding van de koopsom, is sprake van een schenking. Maar er lopen procedures bij de rechter over de vraag of dit een schenking van een onroerende zaak is of een andersoortige schenking, namelijk de kwijtschelding van een overeengekomen bedrag. In beide gevallen is schenkbelasting verschuldigd, maar in het eerste geval wordt aangesloten bij de WOZ- waarde van de woning en in het tweede geval bij de (zakelijke) verkoopprijs. Dit kan van belang zijn voor de verrekening van de overdrachtsbelasting die moet worden betaald bij de levering van een woning op grond van een samenloopbepaling in de schenkbelasting. Het is daarom verstandig om in zo’n situatie bezwaar te maken tegen een (lagere) verrekening van de overdrachtsbelasting, zolang deze kwestie nog niet door de Hoge Raad is beoordeeld.