maatschapsaandeel

Maatschapsakte bepaalt waarde maatschapsaandeel

Stel dat twee echtgenoten in gemeenschap zijn gehuwd en samen een maatschap aangaan. Bij het overlijden van een van hen moet dan de waarde van het maatschapsaandeel worden berekend om de waarde de nalatenschap te bepalen. De waarde van de nalatenschap omvat namelijk de helft van de waarde van de ontbonden gemeenschap. Dus ook de waarde van het maatschapsaandeel van de erflater in het vermogen van de onderneming. De maatschapsovereenkomst kan stellen dat de waarde van het maatschapsaandeel van erflater moet worden berekend op de door de langstlevende partner te betalen overnamesom in geval van voorzetting van het bedrijf. In zo’n geval moet men de waarde van het maatschapsaandeel van de echtgenote stellen op de liquidatiewaarde van de maatschap als deze is ontbonden door het overlijden van de erflater. Op de echtgenote rust na het overlijden van erflater immers niet meer de verplichting haar onderneming door een ander te laten overnemen tegen de overnamewaarde.

niet-gelieerde

Transactie niet-gelieerde partijen altijd zakelijk

De Hoge Raad heeft in zijn arrest duidelijk gemaakt dat niet-gelieerde partijen elkaar geen onzakelijke lening kunnen verstrekken. De eerdere rechtspraak over onzakelijke leningen is namelijk alleen van toepassing als sprake is van een aandeelhoudersrelatie of andere bijzondere persoonlijke betrekkingen tussen de schuldeiser en de schuldenaar. De uitkomt van het arrest van de Hoge Raad is overigens niet altijd voordelig voor de belastingplichtige. De vrijval van een zakelijke schuld is namelijk in beginsel belast. De fiscus moet een vrijval van een onzakelijke schuld in beginsel aanmerken als een onbelaste kapitaalstorting.

duurzame zelfbewoning

Duurzame zelfbewoning ook mogelijk bij verkoopplannen

Als een ondernemer zijn bedrijfspand gebruikt voor duurzame zelfbewoning, heeft dit een drukkend effect op de te belasten waarde als dit pand overgaat naar het privévermogen. Volgens Hof Amsterdam kan een pand dat in de verkoop staat toch voor zelfbewoning dienen. In de zaak voor het hof was het pand ondanks de verkoopplannen feitelijk gebruikt voor zelfbewoning. De zelfbewoning had daardoor een duurzaam karakter en een waardedrukkend effect.

bewaarplicht

Bewaarplicht administratie

De administratie van de onderneming moet zeven jaar worden bewaard. Aan het einde van 2015 kan dus de administratie over 2008 en eventueel voorgaande jaren worden weggedaan. Het is echter verstandig om niet alles weg te doen. Zo moet in verband met de herzieningstermijn voor de BTW de administratie van onroerende zaken tien in plaats van zeven jaar worden bewaard.

Permanente documenten, zoals notariële akten, pensioenpolissen en vaststellingsovereenkomsten met de Belastingdienst, moeten natuurlijk altijd worden bewaard

Urencriterium voor ondernemersfaciliteiten

 Voor de zelfstandigenaftrek, de speur- en ontwikkelingsaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve geldt een urencriterium. Minimaal 1.225 uren moeten in een kalenderjaar zijn besteed aan de onderneming en ook nog eens minimaal 50% van de beschikbare tijd.

Voor startende ondernemers geldt een soepeler urencriterium doordat de 50%-eis niet geldt. Startende ondernemers met een arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben genoeg aan 800 ondernemingsuren om te voldoen aan het urencriterium.

Deeltijdondernemers, die naast hun onderneming een dienstbetrekking hebben, zullen doorgaans niet kunnen voldoen aan het urencriterium. Rechtbank Den Haag heeft beslist dat de reistijd die is gemaakt voor de dienstbetrekking, niet meetelt voor de uren die voor de dienstbetrekking worden gemaakt, maar Hof Den Haag besliste daarna dat die uren wel meetellen. De Hoge Raad moet hier nog over beslissen. Deeltijdondernemers kunnen zich voorlopig op het standpunt stellen dat de reistijd van de dienstbetrekking niet meetelt voor de uren van de dienstbetrekking. Hierdoor zullen zij iets gemakkelijker kunnen voldoen aan het urencriterium.

Ondernemers die twee jaar achter elkaar niet voldoen aan het urencriterium, moeten de oudedagsreserve belast laten afnemen met het bedrag van de oudedagsreserve dat hoger is dan het ondernemingsvermogen.

 

Schenkbelasting

Bezwaar tegen schenkbelasting bij kwijtschelding deel koopsom woning

Bij de verkoop van een woning, gevolgd door een gedeeltelijke kwijtschelding van de koopsom, is sprake van een schenking. Maar er lopen procedures bij de rechter over de vraag of dit een schenking van een onroerende zaak is of een andersoortige schenking, namelijk de kwijtschelding van een overeengekomen bedrag. In beide gevallen is schenkbelasting verschuldigd, maar in het eerste geval wordt aangesloten bij de WOZ- waarde van de woning en in het tweede geval bij de (zakelijke) verkoopprijs. Dit kan van belang zijn voor de verrekening van de overdrachtsbelasting die moet worden betaald bij de levering van een woning op grond van een samenloopbepaling in de schenkbelasting. Het is daarom verstandig om in zo’n situatie bezwaar te maken tegen een (lagere) verrekening van de overdrachtsbelasting, zolang deze kwestie nog niet door de Hoge Raad is beoordeeld.