vrijwilligersvergoeding

Maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding verhoogd naar € 1.700

De onbelaste vrijwilligersvergoeding stijgt per 1 januari 2019. De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding is op dit moment nog 150 euro per maand en 1500 euro per (kalender)jaar.

Omdat het kabinet het grote maatschappelijke belang inziet van vrijwilligerswerk, wordt dit bedrag opgehoogd met 200 euro op jaarbasis.

De vrijwilligersvergoeding moet de kosten dekken die een vrijwilliger maakt, bijvoorbeeld voor vervoer.

Een hogere onbelaste vergoeding moet het aantrekkelijker maken voor mensen om ook vrijwilligerswerk te gaan doen.

de arbeidsmarkt innoveert

De arbeidsmarkt innoveert: fiscaal veranderen we mee

We leven steeds meer in een digitale wereld. Ook de arbeidsmarkt innoveert. We bestellen massaal eten online, binnen een uur staat de bezorger op de stoep. Ook on-demand een taxi bestellen of een schoonmaakster of klusjesman inschakelen is zo gepiept. Dat biedt eindgebruikers lekker veel gemak en flexibiliteit, maar hoe zit het met de ‘werknemers’? De bezorgers en schoonmakers passen niet in een standaard hokje van het klassieke arbeidsmodel. Er is een nieuwe vorm van arbeid ontstaan: platformarbeid. Online platforms brengen vraag en aanbod van werk op een heel andere manier bij elkaar. Welke regels zijn van toepassing op deze ‘nieuwe werkers’? Welke rechten en plichten hebben zij? In dit artikel nemen we u mee in de discussie.

De platformsector is nog klein, met Uber en Deliveroo als de meest bekende voorbeelden. Minder dan één procent van de beroepsbevolking werkt via een dergelijke constructie, lazen we deze zomer in een Kamerbrief van minister Koolmees van SZW en staatssecretaris Snel van Financiën. Maar dat blijft niet zo: een (stormachtige) groei wordt verwacht, naast een uitbreiding naar het onderwijs en de zorgsector. Dat levert het de nodige vragen op: rond werkgever- en werknemerschap, ten aanzien van sociale bescherming én natuurlijk ook rondom fiscale- en andere juridische rechten en plichten.

Kwalificatie arbeidsrelatie

De vraag rijst hoe de arbeidsrelatie tussen het platform en de ‘platformwerker’ gekwalificeerd moet worden: zijn het zelfstandig ondernemers (ZZP-ers) of werknemers? Arbeidsrechtelijk heeft een arbeidsovereenkomst drie vereisten:

  • De medewerker verbindt zich (gedurende bepaalde tijd) persoonlijk arbeid te verrichten. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker bij verhindering (zonder toestemming) zelf een vervanger mag regelen of een opdracht mag weigeren.
  • De werkgever verbindt zich loon te betalen. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker betaald wordt op basis van facturen en of de medewerker doorbetaald wordt tijdens ziekte.
  • Er is een zekere gezagsverhouding; de werknemer verricht de arbeid in dienst van de werkgever. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker daadwerkelijk zelfstandig is en vrij is te bepalen op welke wijze de werkzaamheden worden verricht en of de werkgever (slechts) aanwijzingen kan geven.

Daarmee kan eigenlijk nog geen eenduidig antwoord gegeven worden op de vraag wat nu precies de aard is van de arbeidsrelatie van platformwerkers. Bij platformarbeid is er vaak geen sprake van een klassieke werkgever die instructies geeft aan de bezorger. Al het contact verloopt online; er is dus een interessante situatie ontstaan waarin een website in feite fungeert als werkgever.

Het belang van dit onderscheid?

Bij werknemerschap geniet je arbeidsrechtelijke bescherming, je loon wordt bijvoorbeeld doorbetaald bij ziekte en je hebt recht op een minimumloon, vakantiedagen en ontslagbescherming. Zelfstandig ondernemers worden minder beschermd, maar daar staan wel wat fiscale voordeling tegenover, zoals de MKB-winstvrijstelling en ondernemersaftrek.

Zelfstandig, of toch niet?

Platformwerkers die als ZZP’er aangemerkt worden, staan in een lastig parket. Het is namelijk in strijd met het mededingingsrecht om als onderneming vaste prijsafspraken te maken, terwijl een instantie als Deliveroo wél vaste prijzen per bezorging zal afspreken met bezorgers. Ook de fiscus zit erbovenop; vaste prijsafspraken kunnen namelijk duiden op schijnzelfstandigheid. Dan is er dus een opdrachtovereenkomst aangegaan, maar is er eigenlijk sprake van een verkapt dienstverband. Op deze manier ontkom je – als werkgever en/of werknemer – aan het betalen van sociale premies; wat een vorm van fraude is, waar je een boete voor kunt ontvangen van de Belastingdienst.

 Platformarbeid en de Belastingdienst

Om een platformwerker als werknemer te kwalificeren is het hebben van een arbeidsovereenkomst leidend voor de fiscus. Voor loonheffingen sluit de Belastingdienst aan bij de privaatrechtelijke definitie van arbeidsovereenkomst, zoals eerder omschreven. In de praktijk toetst de fiscus op de elementen gezag, loon en arbeid – met het zwaartepunt op gezag. Een extra moeilijkheid daarbij is dat de Belastingdienst – en in navolging ook de fiscale rechters – het begrip ‘gezag’ anders toetsen dan de civiele rechter. Daarnaast geldt voor de Belastingdienst dat als er geen privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst is, er mogelijk wel sprake kan zijn van een fictieve dienstbetrekking, zoals via een zogeheten tussenkomstbepaling of gelijkgesteldenregeling.

Volg de ontwikkelingen op de voet

De discussie is duidelijk, de problemen ook – zowel sociaal, juridisch als fiscaal. Nu is het afwachten: wat gaat de Nederlandse regering doen? Wordt het arbeidsrecht aangepast? Worden er fiscale aanpassingen gedaan om misbruik van platformwerkers te voorkomen en om ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’ te beschermen? De toekomst leert het ons, waarschijnlijk wachten we in ieder geval nog tot 2020 op uitsluitsel. Wij volgen we de ontwikkelingen. Leest u mee?

uitvaartwensen

Veel onwetendheid bij Nederlanders over de uitvaartwensen van hun partner en vrienden

Het is iets waar je nog niet al te graag aan wil denken, maar vroeg of laat moet het toch de revue passeren. Hoewel de meesten er liever nog niet over willen praten, is het toch belangrijk om te weten hoe de uitvaart eruit gaat zien. Crematie of begrafenis? Het zijn vragen die zogezegd niet al te snel aan bod komen tijdens het avondeten aan tafel, maar toch niet minder belangrijk zijn.

Vaak weet iemand zelf wel of hij of zij gecremeerd of begraven wil worden. Uit het onderzoek van de Uitvaartverzekeringwijzer.net onder 1500 respondenten blijkt dat de partner in maar liefst 71% van de gevallen niet weet wat precies de uitvaartwensen zijn van hun partner.

60+ers niet op de hoogte van gewenste uitvaart partner

Dertigers zijn het meest onwetend op dit gebied. Maar liefst 80% van de respondenten in de leeftijdsgroep 30-40 jaar gaf aan niet te weten of zijn/haar partner begraven of gecremeerd wil worden. Een gevolg van dit hoge percentage is dat veel Nederlandse partners niet weten welke uitvaart hun overleden partner wil hebben en daarmee de kans groot is dat er bij plotseling overlijden niet de gewenste uitvaart wordt geregeld. Ook in de leeftijdscategorie 60-70 jaar zegt meer dan de helft van de Nederlanders niet te weten of zijn/haar partner gecremeerd of begraven wil worden. Dit is zéér opvallend, omdat deze mensen vaker in aanraking komen met het onderwerp, aldus de website uitvaartverzekeringwijzer.net

Lees meer

belastingaangifte

Te goeder trouw: zo voorkomt u een naheffing over uw belastingaangifte van de fiscus

In Nederland betalen we allerlei soorten belasting. Belastingaangifte doen wordt door technologische ontwikkelingen steeds eenvoudiger. Maar, een vergissing is menselijk. Weet dat u als u een fout constateert zelf verantwoordelijk bent om dit kenbaar te maken bij de Belastingdienst. In dit artikel leest u hoe u zelf eventuele correcties doorvoert en onder welke voorwaarden en termijnen de fiscus mag navorderen of naheffen.

 De technologische ontwikkelingen zijn erg handig, aangifte doen wordt steeds makkelijker. Maar wist u dat veel aangiftes ook automatisch worden afgehandeld? Er kijkt dus lang niet altijd meer iemand kritisch naar de gegevens die u heeft ingevuld. De Belastingdienst vertrouwt blind op uw input. Alleen bij hele grote verschillen wordt er een onderzoek gestart. Komt u er na het indienen van de aangifte achter dat de gegevens toch niet helemaal kloppen? Omdat u een fout heeft gemaakt, of omdat er nieuwe gegevens aan het licht zijn gekomen? Dan bent u zelf verantwoordelijk om dit bij de Belastingdienst kenbaar te maken. Dit is zelfs verplicht. Er zijn verschillende mogelijkheden om uw belastingaangifte te corrigeren. Als u een correctie onterecht achterwege laat, te laat of onvolledig indient, kan de Belastingdienst u hiervoor een boete opleggen. Daarnaast loopt u ook nog het risico een betaalverzuimboete krijgen vanwege een foute of onvolledige aangifte.

Zelf corrigeren

Heeft u net uw persoonlijke aangifte of die van uw bedrijf ingediend, maar merkt u dat u iets vergeten bent? Dan kunt u dat vaak zelf nog corrigeren. De procedure van zo’n wijziging is afhankelijk van het type belasting en de manier waarop de Belastingdienst een aangifte verwerkt.

  • Suppletie

Om de wijziging of aanvulling door te geven, vult u een suppletie-formulier in: een aanvullend formulier dat naast de aangifte gebruikt wordt. Dit geldt bijvoorbeeld voor de btw-aangifte.

  • Nieuwe aangifte indienen

Heeft u een aangifte definitief ingediend, maar heeft u nog geen schriftelijke reactie gehad van de Belastingdienst? Dan kunt u de aangifte opnieuw indienen, bijvoorbeeld via de software. De laatste versie wordt in behandeling genomen. Dit geldt bijvoorbeeld bij loonaangifte of inkomstenbelasting.

  • Correctiebericht

Is de uiterste aangiftedatum van uw loonaangifte verstreken wanneer u een fout ontdekt? Dan krijgt u te maken met een correctiebericht. Hoeveel gegevens u opnieuw in moet vullen, hangt af van de fout die u gemaakt heeft.

  • Bezwaar maken

Is de aangifte al behandeld? Dan krijgt u een voorlopige of definitieve aanslag. Zodra u deze heeft ontvangen, kunt u geen nieuwe aangifte meer indienen. U moet dan (schriftelijk) bezwaar maken.

  • Schriftelijk verzoek of ambtshalve vermindering

Als de bezwaartermijn verstreken is – zes weken na dagtekening van de aanslag – is ambtshalve vermindering nog de enige manier om een correctie door te voeren. In het algemeen kunt u tot vijf jaar na afloop van het belastingjaar een verzoek doen om de belastingaanslag ambtshalve te verlagen. Dat geldt voor de meeste soorten belasting; inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, erf- of schenkbelasting, loonheffing en BTW.

Onderzoeksplicht

In principe volgt de Belastingdienst uw aangifte. Maar als uw aangifte vraagtekens oproept, dan heeft de belastinginspecteur een onderzoeksplicht. De fiscus mag echter niet zomaar navorderen. Klopt er iets niet? Dan is het voor de Belastingdienst mogelijk om een aanslag achteraf te corrigeren: met een navordering of naheffing. In principe mag er alleen nagevorderd worden als er sprake is van een nieuw feit. Het gaat daarbij om feiten die op het moment van regelen van de definitieve aanslag nog niet bekend waren of die bij de inspecteur redelijkerwijs niet bekend konden zijn.

Er zijn situaties denkbaar waarin de Belastingdienst geen nieuw feit nodig heeft om na te mogen vorderen. Bijvoorbeeld als geconstateerd wordt dat u bewust uw belastingaangifte niet heeft ingevuld of dat er opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt zijn (kwade trouw), of als de aanvankelijk opgelegde aanslag tenminste 30% lager is dan de feitelijk verschuldigde belasting (kenbare fout).

Termijnen navordering of naheffing

De Belastingdienst mag binnen de termijn van vijf jaar een navorderings- of naheffingsaanslag opleggen. Hierop bestaan echter een paar uitzonderingen. De navorderingstermijn bij een kenbare fout is bijvoorbeeld slechts twee jaar. Is de belastingschuld ontstaan naar aanleiding van inkomsten of vermogen uit het buitenland? Dan geldt er zelfs een navorderingstermijn van twaalf jaar na het einde van het belastingtijdvak waarin de schuld is ontstaan.

Hulp nodig bij een correctie?

Heeft u zelf een foutje geconstateerd in één van uw aangiftes en weet u niet zo goed hoe nu verder? Aarzel niet om contact met ons op te nemen. Wij helpen u graag verder.

 

MKB

Maatregelen voor ondernemers in het MKB

De maatregelen uit het regeerakkoord van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie hebben ook gevolgen voor u als ondernemer in het mkb. We lichten er een paar maatregelen voor u uit.

Tariefmaatregelen

In de inkomstenbelasting komt een zogenoemd tweeschijvenstelsel in box 1 met lagere tarieven. Een belastbaar inkomen tot € 68.800 wordt dan belast tegen 36,93%, daarboven tegen 49,5%. De zelfstandigenaftrek is op termijn dan ook nog maar aftrekbaar tegen 36,93%.

Drijft u uw onderneming in de bv, dan wordt de winst ook tegen een lager tarief belast. In de periode 2019-2021 gaan de tarieven in de vennootschapsbelasting geleidelijk omlaag naar uiteindelijk 16% voor winsten tot 200.000 en daarboven 21%.

Prijskaartje

De tariefsverlagingen hebben ook een prijskaartje.

  • Om de gecombineerde belastingdruk voor ondernemers in de inkomstenbelasting en die in de bv per saldo gelijk te houden, stijgt het tarief in box 2 in 2020 van 25% naar 27,3% en in 2021 naar 28,5%.
  • De eerder aangekondigde verhogingen van het tariefsopstapje in de vennootschapsbelasting vanaf 2018, gaan niet meer door.
  • Verliezen van de bv kunnen straks nog slechts 6 jaar worden verrekend met toekomstige winsten, in plaats van nu 9 jaar.
  • De afschrijving op bedrijfspanden in eigen gebruik wordt beperkt. U kunt dan fiscaal nog slechts afschrijven tot een boekwaarde van 100% van de WOZ-waarde. Dat is nu nog 50% van de WOZ-waarde. Deze maatregel geldt alleen voor de vennootschapsbelasting.
  • Het effectieve tarief van de innovatiebox in de vennootschapsbelasting gaat van 5% naar 7%.
  • Het lage btw-tarief gaat van 6% naar 9%.
Gevolgen voor uw onderneming

Wilt u weten hoe u zich het beste kunt voorbereiden op de aangekondigde maatregelen in het regeerakkoord ? Neem dan contact met ons op.

ubo-register

Wat je moet weten over het UBO-register

Recentelijk is er bij de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel ingediend voor het invoeren van een zogeheten UBO-register. In dit artikel vertellen we je alles dat je hierover moet weten!

Waar komt het idee voor het UBO-register vandaan?

Momenteel worden alleen aandeelhouders van vennootschappen in het handelsregister geregistreerd; aandeelhouders van BV’s en niet-beursgenoteerde NV’s worden dat niet, waardoor zij moeilijk of helemaal niet te achterhalen zijn. Het handelsregister biedt nu daarom onvoldoende zicht op de achter een vennootschap schuilgaande personen en hun aandelenbelangen. Dit maakt het makkelijk voor criminelen om misbruik te maken van verschillende juridische entiteiten, bijvoorbeeld voor belastingontduiking of het witwassen van geld.

Tweede Kamerleden Groot en Gesthuizen hebben als antwoord op dit probleem een wetsvoorstel ingediend voor twee verschillende registers: het centraal aandeelhoudersregister en het UBO-register.

  • Centraal aandeelhoudersregister

Het centraal aandeelhoudersregister is een database waarin alle personen die bij een vennootschap of andere rechtspersoon betrokken zijn geregistreerd worden.

De informatie in het centraal aandeelhoudersregister is uitsluitend raadpleegbaar door de Belastingdienst en andere aangewezen publieke diensten, notarissen en specifieke instellingen die vallen onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

  • UBO-register

‘UBO’ staat voor Ultimate Beneficial Owner. Het gaat hierbij dus om een register met informatie over de uiteindelijk belanghebbenden van een vennootschap of andere juridische entiteit. In tegenstelling tot het centraal aandeelhoudersregister moet het UBO register een openbaar systeem worden.

Dat UBO-register zal een grote impact hebben op verschillende juridische entiteiten en hun aandeelhouders. Daarom zullen we hieronder wat meer over dit register uitleggen.

Lees meer

tweede kamerverkiezingen 2017 finale standpunten

Tweede Kamerverkiezingen 2017: Ziet u de door de bomen het fiscale bos niet meer?

In de aanloop naar de verkiezingen voor de Tweede Kamer worden we bedolven onder verkiezingsprogramma’s. Maar die verkiezingsprogramma’s vertonen grote verschillen in omvang en kwaliteit. De meeste verkiezingsprogramma’s bevatten ook een fiscale paragraaf. Met nadruk op ‘de meeste,’ want bij een aantal partijen blijkt deze compleet te ontbreken. Een aantal partijen zoals de VVD laten zo weinig mogelijk los over hun fiscale standpunten, en andere partijen (waaronder D66) geven hun fiscale paragraaf pas vrij na Prinsjesdag. Helaas worden de fiscale standpunten die wél naar buiten zijn gebracht, gekenmerkt door onzorgvuldigheid, onwetendheid, tegenstrijdigheid en zelfzuchtigheid.

Lees meer

de nieuwe eigen woning regeling

De nieuwe eigen woning regeling

In verband met de vele bepalingen die omtrent de eigen woning van toepassing zijn behoort dit onderwerp tot een moeilijk onderdeel van de Inkomstenbelasting. De nieuwe eigenwoningregeling geldt per 1 januari 2013. Het belangrijkste aspect is wel de beperking van de hypotheekrente aftrek. Ook de zogenaamde bijleenregeling is een lastig onderdeel. Er zijn 10 artikelen die over de eigenwoningregeling handelen. Ook dient rekening te worden gehouden met overgangsrecht e.d.

In de zomer van 2016 heeft de heer Mr Ruben Stam de laatste versie van zijn compendium van de nieuwe eigenwoningregeling samengesteld. Het bevat een artikelsgewijze toelichting van deze regeling. De zesde en laatste editie is bijgewerkt naar de stand van zaken per 17 augustus 2016. Het is een indrukwekkend naslagwerk geworden.

U kunt het compendium van de nieuwe eigenwoningregeling downloaden (152 pagina’s)

Compendium nieuwe eigenwoningregeling – v.2016.1

 

tijdklemmen

Profiteer van vervallen tijdklemmen

Er zijn een aantal voorwaarden om onder de huidige regeling een inkomstenbelastingvrijstelling te kunnen benutten. Denk bijvoorbeeld aan bij het tot uitkering komen van een oude kapitaalverzekering eigen woning, een spaarrekening eigen woning of een beleggingsrecht eigen woning is dat tenminste 15 of 20 jaar jaarlijks premies zijn voldaan (de tijdklemmen). In sommige situaties kan men daar niet aan voldoen. In de wet worden per 1 januari 2017 de vrijstellingen die in de praktijk daarvoor al bestonden opgenomen en uitgebreid. Dat betekent u voortaan altijd gebruik kunt maken van de vrijstelling als u verhuist (van de ene eigen woning naar de andere), ongeacht de verkoopopbrengst. De eis dat u verlies moet maken bij de verkoop van uw woning vervalt.

Nieuwe wijzigingen met betrekking tot tijdklemmen

Daarnaast is een wijziging aangekondigd ten aanzien van de eerder genoemde tijdklemmen. De lage vrijstelling die na 15 jaar premiebetaling van toepassing is komt geheel te vervallen. Om voor de hoge vrijstelling in aanmerking te komen wordt de eis van 20 jaar premiebetaling niet meer gesteld, maar is dan voldoende dat vanaf de aanvang jaarlijks premie is voldaan binnen de geldende bandbreedte-eis (en uiteraard ook aan de andere voorwaarden is voldaan). Heeft u een spaar- of beleggingshypotheek, dan kunt u jaarlijks aflossen (volgens de voorwaarden van de bank) en het restant ineens wanneer het gespaarde of belegde vermogen gelijk is aan de resterende hypotheek zonder dat u uiteindelijk tegen een heffing van inkomstenbelasting aanloopt. De datum van inwerkingtreding van deze wijziging moet nog bekend worden gemaakt.

eigen woning schuld

Los eigenwoningschuld af

Het kan in bepaalde gevallen voordelig zijn om uw eigenwoningschuld (gedeeltelijk) af te lossen. Heeft u bijvoorbeeld nog een gedeeltelijk aflossingsvrije hypotheek met een vrij hoge rente en belast vermogen in box 3 dat u kunt missen? Als het rendement op dat vermogen lager is dan wat u netto aan hypotheekrente betaalt, is aflossen waarschijnlijk interessant. Informeer in dat geval hoeveel u boetevrij kunt aflossen. Meestal is dat maximaal 10% van het (openstaande) hypotheekbedrag per jaar. Als u voor 1 januari 2017 aflost, behaalt u hierbij een box 3-voordeel van maximaal afgerond 1,62% (2017, derde schijf box 3) van het bedrag van de aflossing. Indien geen of slechts een kleine hypotheekschuld overblijft, betaalt u ook nog eens geen inkomstenbelasting over de inkomsten uit eigen woning (eigenwoningforfait).