Ook fiscale toeslagen veroorzaken schulden

Omdat de Belastingdienst steeds meer gegevens voor ons invult, bijvoorbeeld bij aangiftes, valt het niet zo op, maar: ons belastingstelsel is er de laatste jaren niet eenvoudiger op geworden. Loonheffingskorting, hypotheekrenteaftrek en huur- of zorgtoeslag klinken aantrekkelijk – en zijn dat in principe ook – maar een foutje zit in een klein hoekje. Voor u het weet moet u honderden euro’s (terug)betalen aan de Belastingdienst. Met alle gevolgen van dien… 

Loonheffingskorting

Wie werkt, heeft bijvoorbeeld recht op loonheffingskorting. Gunstig, want u houdt netto meer salaris over. Maar heeft u meerdere werkgevers? Of wisselt u gedurende het jaar van werkgever? Of ontvangt u loon naast een uitkering? Denk dan goed na over hoe u de loonheffingskorting toepast, u heeft namelijk slechts bij één werkgever recht op korting. Weet u wat voor u de slimste keus is? Een algemeen advies is de kortingen toe te passen op het hoogste inkomen, maar dat hoeft helaas niet de beste keuze te zijn. Krijgt u teveel korting? Dan krijgt u achteraf een naheffing, en dat kan betekenen dat u een heleboel belastinggeld moet terugbetalen.

Toeslagen

Zorg- en huurtoeslag zijn in het leven geroepen om mensen met een kleinere portemonnee te helpen de eindjes makkelijker aan elkaar te knopen. Niet iedereen maakt aanspraak op de toeslagen, er zijn allerlei voorwaarden aan verbonden. Het is daarom belangrijk aanvraagformulieren correct in te vullen. In de praktijk komt het regelmatig voor dat de aanvraag voor huur- of zorgtoeslag niet goed is ingevuld, en de Belastingdienst zal in veel gevallen gewoon (een te hoog bedrag) doorbetalen. Het gaat immers om voorschotbedragen. Denk er ook aan dat wijzigingen in uw situatie invloed kunnen hebben op uw recht op toeslagen. Misschien wisselt u van baan, en ontvangt u een hoger inkomen. Of u gaat samenwonen, trouwen of scheiden. Pas als de eindafrekening op de mat valt, slaat de schrik toe.

Beperk de schade voor uzelf

Ons belastingstelsel werkt met ingewikkelde inkomensafhankelijke heffingskortingen en toeslagen. Een flinke naheffing kan ervoor zorgen dat u in de schulden belandt. Uiteraard wilt u dat voorkomen. Wat kunt u zelf doen?

  • Houd uw administratie altijd goed op orde

Monitor uw inkomsten en uitgaven. Ga nauwkeurig na op welke heffingen, kortingen en toeslagen u recht heeft – en waarop niet – en controleer ook regelmatig of uw situatie niet veranderd is. Laat u desnoods adviseren; door familie of vrienden die administratief handig zijn, of natuurlijk door een financieel of fiscaal adviseur zoals Fiscaal Adviesbureau De Boer.

  • Bouw een financiële buffer op bij de Belastingdienst

Kies ervoor om bepaalde aftrekposten of toeslagen niet maandelijks te laten uitbetalen. Hypotheekrenteaftrek of loonheffingskorting bijvoorbeeld. Ja: netto houdt u iedere maand minder over, maar u kunt het zien als een extra spaarpot in beheer van de fiscus. Na de aangifte inkomstenbelasting krijgt  inkomen gaat u er gedurende het jaar, maar u bouwt zo een buffer op die straks wordt uitbetaald.

  • Bouw voor uzelf een financiële buffer op

Houdt u liever het heft in eigen hand, of wilt u in noodgevallen direct zelf over uw geld beschikken? Dan kunt u proberen periodiek (een deel van) de aftrekposten of toeslagen opzij te zetten. Op een spaarrekening bijvoorbeeld. Mocht u een tegenvallende naheffing ontvangen, heeft u altijd een bedrag achter hand.

Niet alles zelf in de hand

U kunt zelf maatregelen nemen om een navordering te voorkomen, of om een navordering eenvoudiger het hoofd te kunnen bieden. Maar bij Fiscaal Adviesbureau De Boer hopen wij dat er een grotere oplossing vanuit de politiek komt. Door het belastingstelsel eenvoudiger en inzichtelijker te maken voor de consument, bijvoorbeeld. Duidelijkere regels, met minder moeilijke uitzonderingen en voorwaarden, die eenvoudiger toepasbaar zijn voor alle belastingplichtigen. Een andere mogelijke oplossing die al wordt genoemd is dat de zorg- en huurtoeslag direct naar de zorgverzekeraar en woningbouwcorporatie wordt overgemaakt, in plaats van naar de klant. Als klant hoeft u minder kennis zelf in huis te hebben, terwijl u wel méér inzicht heeft in uw persoonlijke financiën. Belastinggeld wordt beter besteed en er zullen door deze versimpeling minder naheffingen nodig zijn. Kortom: voor vele partijen een verbetering!

Uiteraard volgen wij alle ontwikkelingen voor u op de voet. En ook voor hulp en advies bij bestaande situaties staan wij altijd voor u klaar! Neem bij vragen gerust contact met ons op.

Wat u moet weten over de aangifte inkomstenbelasting 2018

Heeft u al een blauwe envelop of e-mail ontvangen in uw (digitale) brievenbus? Vanaf 1 maart is het namelijk weer zover: u kunt belastingaangifte doen over uw inkomen en vermogen in 2018. Een activiteit waar veel mensen jaarlijks tegenop zien. Fiscaal Adviesbureau De Boer helpt u graag; na het lezen van dit artikel gaat u vol vertrouwen aan de slag!

Verzamel – vóór u daadwerkelijk aangifte gaat doen – alvast alle belangrijke documenten. Uw identiteitsbewijs voor uw BSN, jaaropgaven – van uw werk én hypotheek – en overzichten van uw bankrekening(en), eventuele beleggingen of partneralimentatie. Een goed begin is het halve werk! 

Leuker kunnen ze het niet maken…

Wel makkelijker. Die slogan kent iedereen ondertussen wel. De Belastingdienst vult sinds enkele jaren een groot deel van de gegevens alvast voor u in. En daarmee hebben zij de belastingaangifte voor veel mensen écht een heel stuk eenvoudiger gemaakt. Dat de fiscus u een handje helpt, betekent echter niet dat u niets meer zelf hoeft te doen. Controleer altijd álle gegevens: taal- en typfouten, verouderde data, bedragen die niet kloppen of ontbrekende aftrekposten haalt u er dan uit. U bent namelijk zelf verantwoordelijk voor de gegevens die u instuurt. Tip: is er afgelopen jaar op fiscaal vlak niets bijzonders gebeurd? Neem dan de aangifte van vorig jaar erbij. Handig als leidraad.

Aftrekposten 2018

Uiteraard vult u uw belastingaangifte altijd volledig naar waarheid in. Benut echter vooral uw aftrekposten; misschien kunt u wel méér zaken aftrekken dan u vooraf dacht. En wie weet wat dat onder de streep voor u betekent. We zetten enkele aftrekposten voor u op een rijtje.  

  • Eigen woning

Heeft u een eigen huis? Dan zijn bepaalde kosten, zoals de hypotheekrente, aftrekbaar. Als u recent een eigen woning heeft gekocht, zijn er naast de hypotheekrente ook kosten die je voor de aankoop gemaakt hebt aftrekbaar. Notariskosten bijvoorbeeld. Had u in verband met een verhuizing tijdelijk twee woningen? Dan kan dat betekenen dat u voor beide bepaalde kosten mag aftrekken. 

  • Studie

Mensen die studeren en recht hebben op studiefinanciering mogen hun studiekosten niet meer aftrekken. Doet u een opleiding zónder recht op studiefinanciering? Dan mag u de studiekosten nog wel aftrekken.

  • Zorgkosten

Maakt u zorgkosten? Onder bepaalde voorwaarden mag u die ook aftrekken. Het gaat bijvoorbeeld om medicijnen die niet in het basispakket zitten. Ook kosten voor hulpmiddelen, zoals steunzolen, aanpassingen aan huis of vervoersmiddel. In bepaalde situaties kan zelfs vervoer naar een arts of ziekenhuis verrekend worden.

  • Reiskosten openbaar vervoer

Gebruikt u – of uw fiscaal partner – het openbaar vervoer om naar het werk te reizen? Dan heeft u mogelijk recht op aftrek van de reiskosten. De vergoeding hangt af van de afstand die u aflegt, en hoeveel dagen u per week werkt. Krijgt u een reiskostenvergoeding van uw werkgever? Dan moet u die er eerst zelf afhalen.

  • Giften

Giften aan goede doelen of ANBI’s (algemeen nut beogende instelling) zijn aftrekbaar. Het drempelbedrag is 1% van je drempelinkomen, met een minimum van zestig euro. Het drempelinkomen is een verzameling van uw totale inkomsten en aftrekposten in box 1, 2 en 3. U mag maximaal 10% van uw drempelinkomen aftrekken.

  • Cryptovaluta

Heeft u geïnvesteerd in bitcoins, of andere cryptovaluta? Vergeet ook die niet aan te geven in uw belastingaangifte; ook deze valuta is namelijk onderdeel van uw vermogen.

Fiscaal partnerschap

Heeft u een fiscaal partner? Bijvoorbeeld omdat u getrouwd bent, een kind heeft, of met iemand een eigen woning deelt. Dan doet u samen belastingaangifte. Dat kan voordelig voor u zijn; inkomens en aftrekposten mag u zo voordelen, dat het voor u samen het meest gunstig uitpakt.

Uitstel

Wie voor 1 april 2018 zijn of haar aangifte verstuurt, krijgt sowieso bericht vóór 1 juli. Normaal gezien moet uw aangifte vóór 1 mei 2019 binnen zijn bij de Belastingdienst. Heeft u meer tijd nodig? Dan kunt u uitstel aanvragen, de nieuwe termijn is standaard 1 september. Denk goed na over of u uitstel wilt aanvragen, de fiscus kan bij uitstel namelijk rente doorberekenen als blijkt dat u moet bijbetalen. Uitstel kan dus geld kosten. Geen aangifte doen zónder aanvraag van uitstel kost trouwens ook geld; na een herinnering volgt namelijk een boete die kan oplopen tot vijfduizend euro!

Heeft u hulp nodig?

Ondanks dat de Belastingdienst een groot deel van de gegevens alvast voor u invult, is de belastingaangifte niet vanzelfsprekend een makkelijke klus. Het fiscaal stelsel is complex, en op iedere regel zijn uitzonderingen, aanvullingen en manieren om de aangifte op een betrouwbare manier zo gunstig mogelijk uit te laat te pakken voor uzelf. Wist u bijvoorbeeld dat het niet altijd voordelig is om loonheffingskorting toe te laten passen? Of dat u minder kosten voor uw eigen woning mag aftrekken bij een hoog inkomen? Fiscaal Adviesbureau De Boer kent alle regels, en helpt u graag met uw aangifte.

Kassa

Gemeentelijke heffingen stijgen flink in 2019

De kassa’s van gemeentes rinkelen in 2019. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek ontvangen gemeentes dit jaar ruim 10 miljard euro uit heffingen. Dat is 4,3 procent meer dan in 2018.

Jaarlijks onderzoekt het CBS de gemeentelijke begrotingen. Uit het onderzoek van dit jaar blijkt dat driekwart van de 10,2 miljard inkomsten uit drie grote posten komt, namelijk uit de reinigingsheffingen (de afvalstoffenheffing en de reinigingsrechten), de onroerendezaakbelasting (ozb) en de rioolheffing. Deze heffingen zijn bij elkaar goed voor 7,6 miljard euro.

Reinigingsheffingen zorgen voor de opvallendste stijging

De reinigingsheffingen, waar de afvalstoffenheffing en reinigingsrechten onder vallen, maakt met een stijging van vijf procent de grootste en meest opvallende stijging door. De afgelopen tien jaar bleef de opbrengst uit de reinigingsheffingen namelijk nagenoeg gelijk. De flinke toename is toe te wijzen aan de stijgende verwerkingskosten van afval.

De overige heffingen op een rijtje

  • De onroerendezaakbelasting brengt in 2019 naar verwachting vier procent meer op dan vorig jaar en is daarmee goed voor 4,1 miljard euro. Dat is bovendien de sterkste stijging in zes jaar; gemiddeld nam de ozb jaarlijks toe met drie procent.
  • De opbrengst van de rioolheffing stijgt dit jaar gematigd met 2,4 procent tot 1,6 miljard euro. Dit is in lijn met de gemiddelde stijging van 1,9 procent op jaarbasis over de afgelopen vijf jaar.
  • Gemeentes verwachten dat parkeerheffingen in 2019 maar liefst 928 miljoen euro in het laatje brengen; dat is ruim 100 miljoen euro meer dan vorig jaar. De toename van 12,2 procent komt grotendeels voor rekening van de grootste steden: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Hier neemt de opbrengst dit jaar met gemiddeld 22,5 procent toe.
  • Van de kleinere gemeentelijke heffingen stijgt de toeristenbelasting in 2019 met 23,3 procent het meest, tot 55 miljoen totale opbrengst. Alleen Amsterdam verwacht al 32 miljoen (40 procent) méér inkomsten uit toeristenbelasting te halen dan vorig jaar.

Niet overal winst

Op 9 maart 2014 ging de wijziging van de Paspoortwet van kracht. Sinds dat moment zijn alle nieuwe paspoorten en identiteitskaarten tien jaar geldig, in plaats van vijf. Vanaf dit jaar gaan gemeentes dit terugzien in het aantal aanvragen van reis- en identiteitsdocumenten. Met als gevolg: in 2019 verwachten gemeenten een kwart minder inkomsten uit de zogenaamde ‘secretarieleges’.

Belastingdienst loopt honderden miljoenen mis

De Belastingdienst behandelt iedere aangifte. Daarbij merkt de instantie een deel van de aangiftes aan als risicovol; het betreft aangiftes die – om wat voor reden dan ook – extra gecontroleerd moeten worden. Wegens personeelstekort stapelt het aantal risicovolle aangiftes dat nog gecontroleerd moet worden zich op. De fiscus wil zo’n 20.000 aangiften uit 2016 alsnog goedkeuren – zónder die extra check.

Eind 2018 lag er nog een kwart miljoen aangiftes op controle te wachten. Het betreft aangiftes voor de winstbelasting 2016, voornamelijk van midden- en kleinbedrijven. Ondernemers die geld lenen van hun eigen vennootschap, aangiften van stichtingen en verenigingen, of van ondernemers die emigreren naar het buitenland; allemaal voorbeelden van situaties waarin de Belastingdienst graag een extra oogje in het zeil houdt.

Werk stapelt op

Het aantal ondernemers in Nederland groeit, terwijl de hoeveelheid personeel bij de Belastingdienst – mede dankzij de riante vertrekregeling – sterk is afgenomen. U begrijpt: ook het aantal aangiftes uit 2017 stapelt zich al op. Daarom is de Belastingdienst van plan een groot deel (90 procent) van de risicovolle aangiftes te accorderen. Zonder de extra controle dus. En dat terwijl een onjuiste aangifte gemiddeld ruim 10.000 euro kan opleveren voor de fiscus. Volgens een inschatting van dagblad Trouw – op basis van een intern document van de Belastingdienst en gegevens van de Algemene Rekenkamer – loopt de staatskas honderden miljoenen belastinggeld mis door de risicovolle mkb-aangiften ongezien goed te keuren.

Nooit alles gecontroleerd

In 2015 en 2016 controleerde de fiscus ongeveer 25.000 aangiftes winstbelasting van het mkb, nog eens 25.000 aangiftes werd bestempeld als ‘risicovol’. Volgens de Belastingdienst werd nooit het volledig aantal risicovolle mkb-aangiftes gecontroleerd, maar volgens de Rekenkamer zou er tussen 2008 en 2011 slechts drie tot zeven procent zijn blijven liggen. Om een vergelijkbare situatie in de toekomst te voorkomen, is ondertussen de risicoselectie al aangepast. Er worden in het vervolg dus minder dossiers als risicovol aangemerkt.

vrijwilligersvergoeding

Maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding verhoogd naar € 1.700

De onbelaste vrijwilligersvergoeding stijgt per 1 januari 2019. De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding is op dit moment nog 150 euro per maand en 1500 euro per (kalender)jaar.

Omdat het kabinet het grote maatschappelijke belang inziet van vrijwilligerswerk, wordt dit bedrag opgehoogd met 200 euro op jaarbasis.

De vrijwilligersvergoeding moet de kosten dekken die een vrijwilliger maakt, bijvoorbeeld voor vervoer.

Een hogere onbelaste vergoeding moet het aantrekkelijker maken voor mensen om ook vrijwilligerswerk te gaan doen.

de arbeidsmarkt innoveert

De arbeidsmarkt innoveert: fiscaal veranderen we mee

We leven steeds meer in een digitale wereld. Ook de arbeidsmarkt innoveert. We bestellen massaal eten online, binnen een uur staat de bezorger op de stoep. Ook on-demand een taxi bestellen of een schoonmaakster of klusjesman inschakelen is zo gepiept. Dat biedt eindgebruikers lekker veel gemak en flexibiliteit, maar hoe zit het met de ‘werknemers’? De bezorgers en schoonmakers passen niet in een standaard hokje van het klassieke arbeidsmodel. Er is een nieuwe vorm van arbeid ontstaan: platformarbeid. Online platforms brengen vraag en aanbod van werk op een heel andere manier bij elkaar. Welke regels zijn van toepassing op deze ‘nieuwe werkers’? Welke rechten en plichten hebben zij? In dit artikel nemen we u mee in de discussie.

De platformsector is nog klein, met Uber en Deliveroo als de meest bekende voorbeelden. Minder dan één procent van de beroepsbevolking werkt via een dergelijke constructie, lazen we deze zomer in een Kamerbrief van minister Koolmees van SZW en staatssecretaris Snel van Financiën. Maar dat blijft niet zo: een (stormachtige) groei wordt verwacht, naast een uitbreiding naar het onderwijs en de zorgsector. Dat levert het de nodige vragen op: rond werkgever- en werknemerschap, ten aanzien van sociale bescherming én natuurlijk ook rondom fiscale- en andere juridische rechten en plichten.

Kwalificatie arbeidsrelatie

De vraag rijst hoe de arbeidsrelatie tussen het platform en de ‘platformwerker’ gekwalificeerd moet worden: zijn het zelfstandig ondernemers (ZZP-ers) of werknemers? Arbeidsrechtelijk heeft een arbeidsovereenkomst drie vereisten:

  • De medewerker verbindt zich (gedurende bepaalde tijd) persoonlijk arbeid te verrichten. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker bij verhindering (zonder toestemming) zelf een vervanger mag regelen of een opdracht mag weigeren.
  • De werkgever verbindt zich loon te betalen. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker betaald wordt op basis van facturen en of de medewerker doorbetaald wordt tijdens ziekte.
  • Er is een zekere gezagsverhouding; de werknemer verricht de arbeid in dienst van de werkgever. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker daadwerkelijk zelfstandig is en vrij is te bepalen op welke wijze de werkzaamheden worden verricht en of de werkgever (slechts) aanwijzingen kan geven.

Daarmee kan eigenlijk nog geen eenduidig antwoord gegeven worden op de vraag wat nu precies de aard is van de arbeidsrelatie van platformwerkers. Bij platformarbeid is er vaak geen sprake van een klassieke werkgever die instructies geeft aan de bezorger. Al het contact verloopt online; er is dus een interessante situatie ontstaan waarin een website in feite fungeert als werkgever.

Het belang van dit onderscheid?

Bij werknemerschap geniet je arbeidsrechtelijke bescherming, je loon wordt bijvoorbeeld doorbetaald bij ziekte en je hebt recht op een minimumloon, vakantiedagen en ontslagbescherming. Zelfstandig ondernemers worden minder beschermd, maar daar staan wel wat fiscale voordeling tegenover, zoals de MKB-winstvrijstelling en ondernemersaftrek.

Zelfstandig, of toch niet?

Platformwerkers die als ZZP’er aangemerkt worden, staan in een lastig parket. Het is namelijk in strijd met het mededingingsrecht om als onderneming vaste prijsafspraken te maken, terwijl een instantie als Deliveroo wél vaste prijzen per bezorging zal afspreken met bezorgers. Ook de fiscus zit erbovenop; vaste prijsafspraken kunnen namelijk duiden op schijnzelfstandigheid. Dan is er dus een opdrachtovereenkomst aangegaan, maar is er eigenlijk sprake van een verkapt dienstverband. Op deze manier ontkom je – als werkgever en/of werknemer – aan het betalen van sociale premies; wat een vorm van fraude is, waar je een boete voor kunt ontvangen van de Belastingdienst.

 Platformarbeid en de Belastingdienst

Om een platformwerker als werknemer te kwalificeren is het hebben van een arbeidsovereenkomst leidend voor de fiscus. Voor loonheffingen sluit de Belastingdienst aan bij de privaatrechtelijke definitie van arbeidsovereenkomst, zoals eerder omschreven. In de praktijk toetst de fiscus op de elementen gezag, loon en arbeid – met het zwaartepunt op gezag. Een extra moeilijkheid daarbij is dat de Belastingdienst – en in navolging ook de fiscale rechters – het begrip ‘gezag’ anders toetsen dan de civiele rechter. Daarnaast geldt voor de Belastingdienst dat als er geen privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst is, er mogelijk wel sprake kan zijn van een fictieve dienstbetrekking, zoals via een zogeheten tussenkomstbepaling of gelijkgesteldenregeling.

Volg de ontwikkelingen op de voet

De discussie is duidelijk, de problemen ook – zowel sociaal, juridisch als fiscaal. Nu is het afwachten: wat gaat de Nederlandse regering doen? Wordt het arbeidsrecht aangepast? Worden er fiscale aanpassingen gedaan om misbruik van platformwerkers te voorkomen en om ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’ te beschermen? De toekomst leert het ons, waarschijnlijk wachten we in ieder geval nog tot 2020 op uitsluitsel. Wij volgen we de ontwikkelingen. Leest u mee?

uitvaartwensen

Veel onwetendheid bij Nederlanders over de uitvaartwensen van hun partner en vrienden

Het is iets waar je nog niet al te graag aan wil denken, maar vroeg of laat moet het toch de revue passeren. Hoewel de meesten er liever nog niet over willen praten, is het toch belangrijk om te weten hoe de uitvaart eruit gaat zien. Crematie of begrafenis? Het zijn vragen die zogezegd niet al te snel aan bod komen tijdens het avondeten aan tafel, maar toch niet minder belangrijk zijn.

Vaak weet iemand zelf wel of hij of zij gecremeerd of begraven wil worden. Uit het onderzoek van de Uitvaartverzekeringwijzer.net onder 1500 respondenten blijkt dat de partner in maar liefst 71% van de gevallen niet weet wat precies de uitvaartwensen zijn van hun partner.

60+ers niet op de hoogte van gewenste uitvaart partner

Dertigers zijn het meest onwetend op dit gebied. Maar liefst 80% van de respondenten in de leeftijdsgroep 30-40 jaar gaf aan niet te weten of zijn/haar partner begraven of gecremeerd wil worden. Een gevolg van dit hoge percentage is dat veel Nederlandse partners niet weten welke uitvaart hun overleden partner wil hebben en daarmee de kans groot is dat er bij plotseling overlijden niet de gewenste uitvaart wordt geregeld. Ook in de leeftijdscategorie 60-70 jaar zegt meer dan de helft van de Nederlanders niet te weten of zijn/haar partner gecremeerd of begraven wil worden. Dit is zéér opvallend, omdat deze mensen vaker in aanraking komen met het onderwerp, aldus de website uitvaartverzekeringwijzer.net

Lees meer

belastingaangifte

Te goeder trouw: zo voorkomt u een naheffing over uw belastingaangifte van de fiscus

In Nederland betalen we allerlei soorten belasting. Belastingaangifte doen wordt door technologische ontwikkelingen steeds eenvoudiger. Maar, een vergissing is menselijk. Weet dat u als u een fout constateert zelf verantwoordelijk bent om dit kenbaar te maken bij de Belastingdienst. In dit artikel leest u hoe u zelf eventuele correcties doorvoert en onder welke voorwaarden en termijnen de fiscus mag navorderen of naheffen.

 De technologische ontwikkelingen zijn erg handig, aangifte doen wordt steeds makkelijker. Maar wist u dat veel aangiftes ook automatisch worden afgehandeld? Er kijkt dus lang niet altijd meer iemand kritisch naar de gegevens die u heeft ingevuld. De Belastingdienst vertrouwt blind op uw input. Alleen bij hele grote verschillen wordt er een onderzoek gestart. Komt u er na het indienen van de aangifte achter dat de gegevens toch niet helemaal kloppen? Omdat u een fout heeft gemaakt, of omdat er nieuwe gegevens aan het licht zijn gekomen? Dan bent u zelf verantwoordelijk om dit bij de Belastingdienst kenbaar te maken. Dit is zelfs verplicht. Er zijn verschillende mogelijkheden om uw belastingaangifte te corrigeren. Als u een correctie onterecht achterwege laat, te laat of onvolledig indient, kan de Belastingdienst u hiervoor een boete opleggen. Daarnaast loopt u ook nog het risico een betaalverzuimboete krijgen vanwege een foute of onvolledige aangifte.

Zelf corrigeren

Heeft u net uw persoonlijke aangifte of die van uw bedrijf ingediend, maar merkt u dat u iets vergeten bent? Dan kunt u dat vaak zelf nog corrigeren. De procedure van zo’n wijziging is afhankelijk van het type belasting en de manier waarop de Belastingdienst een aangifte verwerkt.

  • Suppletie

Om de wijziging of aanvulling door te geven, vult u een suppletie-formulier in: een aanvullend formulier dat naast de aangifte gebruikt wordt. Dit geldt bijvoorbeeld voor de btw-aangifte.

  • Nieuwe aangifte indienen

Heeft u een aangifte definitief ingediend, maar heeft u nog geen schriftelijke reactie gehad van de Belastingdienst? Dan kunt u de aangifte opnieuw indienen, bijvoorbeeld via de software. De laatste versie wordt in behandeling genomen. Dit geldt bijvoorbeeld bij loonaangifte of inkomstenbelasting.

  • Correctiebericht

Is de uiterste aangiftedatum van uw loonaangifte verstreken wanneer u een fout ontdekt? Dan krijgt u te maken met een correctiebericht. Hoeveel gegevens u opnieuw in moet vullen, hangt af van de fout die u gemaakt heeft.

  • Bezwaar maken

Is de aangifte al behandeld? Dan krijgt u een voorlopige of definitieve aanslag. Zodra u deze heeft ontvangen, kunt u geen nieuwe aangifte meer indienen. U moet dan (schriftelijk) bezwaar maken.

  • Schriftelijk verzoek of ambtshalve vermindering

Als de bezwaartermijn verstreken is – zes weken na dagtekening van de aanslag – is ambtshalve vermindering nog de enige manier om een correctie door te voeren. In het algemeen kunt u tot vijf jaar na afloop van het belastingjaar een verzoek doen om de belastingaanslag ambtshalve te verlagen. Dat geldt voor de meeste soorten belasting; inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, erf- of schenkbelasting, loonheffing en BTW.

Onderzoeksplicht

In principe volgt de Belastingdienst uw aangifte. Maar als uw aangifte vraagtekens oproept, dan heeft de belastinginspecteur een onderzoeksplicht. De fiscus mag echter niet zomaar navorderen. Klopt er iets niet? Dan is het voor de Belastingdienst mogelijk om een aanslag achteraf te corrigeren: met een navordering of naheffing. In principe mag er alleen nagevorderd worden als er sprake is van een nieuw feit. Het gaat daarbij om feiten die op het moment van regelen van de definitieve aanslag nog niet bekend waren of die bij de inspecteur redelijkerwijs niet bekend konden zijn.

Er zijn situaties denkbaar waarin de Belastingdienst geen nieuw feit nodig heeft om na te mogen vorderen. Bijvoorbeeld als geconstateerd wordt dat u bewust uw belastingaangifte niet heeft ingevuld of dat er opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt zijn (kwade trouw), of als de aanvankelijk opgelegde aanslag tenminste 30% lager is dan de feitelijk verschuldigde belasting (kenbare fout).

Termijnen navordering of naheffing

De Belastingdienst mag binnen de termijn van vijf jaar een navorderings- of naheffingsaanslag opleggen. Hierop bestaan echter een paar uitzonderingen. De navorderingstermijn bij een kenbare fout is bijvoorbeeld slechts twee jaar. Is de belastingschuld ontstaan naar aanleiding van inkomsten of vermogen uit het buitenland? Dan geldt er zelfs een navorderingstermijn van twaalf jaar na het einde van het belastingtijdvak waarin de schuld is ontstaan.

Hulp nodig bij een correctie?

Heeft u zelf een foutje geconstateerd in één van uw aangiftes en weet u niet zo goed hoe nu verder? Aarzel niet om contact met ons op te nemen. Wij helpen u graag verder.

 

ubo-register

Wat je moet weten over het UBO-register

Recentelijk is er bij de Tweede Kamer een initiatiefwetsvoorstel ingediend voor het invoeren van een zogeheten UBO-register. In dit artikel vertellen we je alles dat je hierover moet weten!

Waar komt het idee voor het UBO-register vandaan?

Momenteel worden alleen aandeelhouders van vennootschappen in het handelsregister geregistreerd; aandeelhouders van BV’s en niet-beursgenoteerde NV’s worden dat niet, waardoor zij moeilijk of helemaal niet te achterhalen zijn. Het handelsregister biedt nu daarom onvoldoende zicht op de achter een vennootschap schuilgaande personen en hun aandelenbelangen. Dit maakt het makkelijk voor criminelen om misbruik te maken van verschillende juridische entiteiten, bijvoorbeeld voor belastingontduiking of het witwassen van geld.

Tweede Kamerleden Groot en Gesthuizen hebben als antwoord op dit probleem een wetsvoorstel ingediend voor twee verschillende registers: het centraal aandeelhoudersregister en het UBO-register.

  • Centraal aandeelhoudersregister

Het centraal aandeelhoudersregister is een database waarin alle personen die bij een vennootschap of andere rechtspersoon betrokken zijn geregistreerd worden.

De informatie in het centraal aandeelhoudersregister is uitsluitend raadpleegbaar door de Belastingdienst en andere aangewezen publieke diensten, notarissen en specifieke instellingen die vallen onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft).

  • UBO-register

‘UBO’ staat voor Ultimate Beneficial Owner. Het gaat hierbij dus om een register met informatie over de uiteindelijk belanghebbenden van een vennootschap of andere juridische entiteit. In tegenstelling tot het centraal aandeelhoudersregister moet het UBO register een openbaar systeem worden.

Dat UBO-register zal een grote impact hebben op verschillende juridische entiteiten en hun aandeelhouders. Daarom zullen we hieronder wat meer over dit register uitleggen.

Lees meer

tweede kamerverkiezingen 2017 finale standpunten

Tweede Kamerverkiezingen 2017: Ziet u de door de bomen het fiscale bos niet meer?

In de aanloop naar de verkiezingen voor de Tweede Kamer worden we bedolven onder verkiezingsprogramma’s. Maar die verkiezingsprogramma’s vertonen grote verschillen in omvang en kwaliteit. De meeste verkiezingsprogramma’s bevatten ook een fiscale paragraaf. Met nadruk op ‘de meeste,’ want bij een aantal partijen blijkt deze compleet te ontbreken. Een aantal partijen zoals de VVD laten zo weinig mogelijk los over hun fiscale standpunten, en andere partijen (waaronder D66) geven hun fiscale paragraaf pas vrij na Prinsjesdag. Helaas worden de fiscale standpunten die wél naar buiten zijn gebracht, gekenmerkt door onzorgvuldigheid, onwetendheid, tegenstrijdigheid en zelfzuchtigheid.

Lees meer