kor

Modernisering kleineondernemersregeling (KOR) in aantocht

Het kabinet wil kleine ondernemers meer stimuleren en ondersteunen. Als het wetsvoorstel Wet Modernisering Kleineondernemersregeling uit het Belastingplan 2019 erdoor komt, gaat de huidige kleineondernemersregeling (KOR) flink op de schop. Een vernieuwde en vereenvoudigde vrijstellingsregeling moet de administratieve lasten van kleine ondernemers flink beperken.

De nieuwe wet maakt (vanaf 2020) de omzet bepalend voor de (eventuele) toepassing van de KOR, terwijl de huidige KOR uitgaat van het verschuldigde BTW-bedrag. Het omzetcriterium wordt in bijna alle andere EU-landen toegepast; de omzetgrens wisselt echter per lidstaat. In Nederland geldt dat ondernemers die onder de omzetgrens van 20.000 euro blijven, geen BTW verschuldigd zijn en geen BTW-aangifte hoeven te doen. En dus bent u minder tijd kwijt aan de administratie!

uitvaartverzekering

Had uw overleden dierbare een uitvaartverzekering?

Nabestaanden weten niet altijd zeker of hun overleden dierbare een uitvaartverzekering had. Voor veel mensen is de dood een onbespreekbaar onderwerp. Het is mogelijk dat de overledene ooit een uitvaartverzekering had afgesloten, maar het bestaan ervan was vergeten of dit nooit heeft gemeld aan zijn/haar dierbaren. Ook kan het gebeuren dat iemand de nalatenschap moet afhandelen van een verre verwante die hij/zij nauwelijks kende en daarmee zeker het bestaan van een polis niet kan weten.

Er zijn gelukkig verschillende manieren om te achterhalen of de overledene wel of geen een uitvaartverzekering had afgesloten.

Achterhalen uitvaartpolis overledene

Om te achterhalen of de overledene een uitvaartverzekering had, is het allereerst van belang de administratie en overige bezittingen van de overledene goed te doorzoeken. Vooral oude polissen zijn nog wel eens gaan dwalen en kunnen op onverwachte plaatsen opduiken. Als er geen uitvaartpolis tussen de papieren van de overledene is terug te vinden, dan betekent dat nog niet dat hij of zij geen uitvaartpolis had. De polis kan zijn zoekgeraakt bij een verhuizing of verloren zijn gegaan door waterschade of brand. Eventuele (oude) bankafschriften leveren dan vaak informatie op over de verzekeringen die de overledene had afgesloten. Of misschien had de overledene een assurantieadviseur die nabestaanden meer kan vertellen.

Verbond van verzekeraars

Als dit alles niets oplevert, dan kunnen erfgenamen en executeurs bij Het Verbond van Verzekeraars een aanvraag indienen voor een zoekprocedure. Hier zijn wel een aantal voorwaarden aan verbonden. Zo moeten nabestaanden bijvoorbeeld een aantal documenten kunnen overleggen. De zoekservice van Het Verbond van Verzekeraars heeft doorgaans twee tot drie maanden tijd nodig om een uitvaartpolis op te sporen.

Een oude uitvaartpolis terugvinden

Het komt regelmatig voor dat nabestaanden bij het ontruimen van het huis van de overledene nog een oude uitvaartpolis vinden. Vaak staat daar de naam van een verzekeringsmaatschappij of begrafenisfonds op dat al jaren niet meer bestaat. Dat betekent niet dat nabestaanden geen recht meer hebben op uitkering. Oude uitvaartpolissen zijn altijd door een andere verzekeraar overgenomen.

Om er achter te komen welke maatschappij de polis nu beheert, heeft De Nederlandsche Bank (DNB) een lijst opgesteld van oude uitvaartverzekeraars en hun rechtsopvolgers. Wettelijk gezien hebben nabestaanden tot vijf jaar na overlijden van de verzekerde recht op uitkering door een uitvaartverzekeraar.

kapitaalverzekering

Successierecht over kapitaalverzekering niet aftrekbaar in IB

Als een erfgenaam een recht op uitkeringen uit een kapitaalverzekering erft en dat recht later afkoopt, mag hij de destijds verschuldigde erfbelasting niet aftrekken van de afkoopsom. In een zaak voor de Hoge Raad had een vrouw een recht op een kapitaal op grond van een kapitaalverzekering met lijfrenteclausule geërfd van haar broer. Bij de berekening van de belaste verkrijging was rekening gehouden met een latente inkomstenbelastingclaim. Deze was vastgesteld op een forfaitair bedrag ter grootte van 30% van de verkregen vermogensbestanddelen. Dit forfaitaire bedrag was minder dan de inkomstenbelasting die de vrouw moest betalen toen de kapitaalverzekering fiscaal gezien werd afgekocht.

Dit was voor de Hoge Raad nog geen reden om het successierecht, dat bij de verkrijging van het recht op uitkeringen was betaald, af te trekken van de belaste afkoopsom. De wetgever heeft samenloop van erfbelasting en inkomstenbelasting willen voorkomen voor gevallen waarin na de sterfdatum door de erfgenaam genoten inkomsten zijn toe te rekenen aan een op de sterfdag al verstreken periode. Daarvan was hier geen sprake.

koopsom

Kwijtschelding koopsom woning is geen schenking woning

Uit een arrest van de Hoge Raad blijkt dat iemand in de akte van levering van een woning een bedrag van de koopsom kan kwijtschelden, zonder dat dit telt als een schenking van een woning. Dit is van belang als de woning wordt verkocht tegen de waarde in het economische verkeer, die op dat moment lager is dan de WOZ-waarde. Zou de levering van de woning worden aangemerkt als een schenking, dan behoort het verschil tussen de WOZ-waarde en de waarde in het economische verkeer ook tot de schenking.

De Hoge Raad heeft echter geoordeeld dat de koper niet wordt verrijkt ten laste van het eigen vermogen van de verkoper als de verkoopprijs overeenkomt met de waarde in het economische verkeer. Daardoor is de WOZ-waarde voor de schenkbelasting niet van belang en is alleen het kwijtgescholden bedrag belast.

Schenkbelasting

Bezwaar tegen schenkbelasting bij kwijtschelding deel koopsom woning

Bij de verkoop van een woning, gevolgd door een gedeeltelijke kwijtschelding van de koopsom, is sprake van een schenking. Maar er lopen procedures bij de rechter over de vraag of dit een schenking van een onroerende zaak is of een andersoortige schenking, namelijk de kwijtschelding van een overeengekomen bedrag. In beide gevallen is schenkbelasting verschuldigd, maar in het eerste geval wordt aangesloten bij de WOZ- waarde van de woning en in het tweede geval bij de (zakelijke) verkoopprijs. Dit kan van belang zijn voor de verrekening van de overdrachtsbelasting die moet worden betaald bij de levering van een woning op grond van een samenloopbepaling in de schenkbelasting. Het is daarom verstandig om in zo’n situatie bezwaar te maken tegen een (lagere) verrekening van de overdrachtsbelasting, zolang deze kwestie nog niet door de Hoge Raad is beoordeeld.