de arbeidsmarkt innoveert

De arbeidsmarkt innoveert: fiscaal veranderen we mee

We leven steeds meer in een digitale wereld. Ook de arbeidsmarkt innoveert. We bestellen massaal eten online, binnen een uur staat de bezorger op de stoep. Ook on-demand een taxi bestellen of een schoonmaakster of klusjesman inschakelen is zo gepiept. Dat biedt eindgebruikers lekker veel gemak en flexibiliteit, maar hoe zit het met de ‘werknemers’? De bezorgers en schoonmakers passen niet in een standaard hokje van het klassieke arbeidsmodel. Er is een nieuwe vorm van arbeid ontstaan: platformarbeid. Online platforms brengen vraag en aanbod van werk op een heel andere manier bij elkaar. Welke regels zijn van toepassing op deze ‘nieuwe werkers’? Welke rechten en plichten hebben zij? In dit artikel nemen we u mee in de discussie.

De platformsector is nog klein, met Uber en Deliveroo als de meest bekende voorbeelden. Minder dan één procent van de beroepsbevolking werkt via een dergelijke constructie, lazen we deze zomer in een Kamerbrief van minister Koolmees van SZW en staatssecretaris Snel van Financiën. Maar dat blijft niet zo: een (stormachtige) groei wordt verwacht, naast een uitbreiding naar het onderwijs en de zorgsector. Dat levert het de nodige vragen op: rond werkgever- en werknemerschap, ten aanzien van sociale bescherming én natuurlijk ook rondom fiscale- en andere juridische rechten en plichten.

Kwalificatie arbeidsrelatie

De vraag rijst hoe de arbeidsrelatie tussen het platform en de ‘platformwerker’ gekwalificeerd moet worden: zijn het zelfstandig ondernemers (ZZP-ers) of werknemers? Arbeidsrechtelijk heeft een arbeidsovereenkomst drie vereisten:

  • De medewerker verbindt zich (gedurende bepaalde tijd) persoonlijk arbeid te verrichten. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker bij verhindering (zonder toestemming) zelf een vervanger mag regelen of een opdracht mag weigeren.
  • De werkgever verbindt zich loon te betalen. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker betaald wordt op basis van facturen en of de medewerker doorbetaald wordt tijdens ziekte.
  • Er is een zekere gezagsverhouding; de werknemer verricht de arbeid in dienst van de werkgever. Relevant is bijvoorbeeld of de medewerker daadwerkelijk zelfstandig is en vrij is te bepalen op welke wijze de werkzaamheden worden verricht en of de werkgever (slechts) aanwijzingen kan geven.

Daarmee kan eigenlijk nog geen eenduidig antwoord gegeven worden op de vraag wat nu precies de aard is van de arbeidsrelatie van platformwerkers. Bij platformarbeid is er vaak geen sprake van een klassieke werkgever die instructies geeft aan de bezorger. Al het contact verloopt online; er is dus een interessante situatie ontstaan waarin een website in feite fungeert als werkgever.

Het belang van dit onderscheid?

Bij werknemerschap geniet je arbeidsrechtelijke bescherming, je loon wordt bijvoorbeeld doorbetaald bij ziekte en je hebt recht op een minimumloon, vakantiedagen en ontslagbescherming. Zelfstandig ondernemers worden minder beschermd, maar daar staan wel wat fiscale voordeling tegenover, zoals de MKB-winstvrijstelling en ondernemersaftrek.

Zelfstandig, of toch niet?

Platformwerkers die als ZZP’er aangemerkt worden, staan in een lastig parket. Het is namelijk in strijd met het mededingingsrecht om als onderneming vaste prijsafspraken te maken, terwijl een instantie als Deliveroo wél vaste prijzen per bezorging zal afspreken met bezorgers. Ook de fiscus zit erbovenop; vaste prijsafspraken kunnen namelijk duiden op schijnzelfstandigheid. Dan is er dus een opdrachtovereenkomst aangegaan, maar is er eigenlijk sprake van een verkapt dienstverband. Op deze manier ontkom je – als werkgever en/of werknemer – aan het betalen van sociale premies; wat een vorm van fraude is, waar je een boete voor kunt ontvangen van de Belastingdienst.

 Platformarbeid en de Belastingdienst

Om een platformwerker als werknemer te kwalificeren is het hebben van een arbeidsovereenkomst leidend voor de fiscus. Voor loonheffingen sluit de Belastingdienst aan bij de privaatrechtelijke definitie van arbeidsovereenkomst, zoals eerder omschreven. In de praktijk toetst de fiscus op de elementen gezag, loon en arbeid – met het zwaartepunt op gezag. Een extra moeilijkheid daarbij is dat de Belastingdienst – en in navolging ook de fiscale rechters – het begrip ‘gezag’ anders toetsen dan de civiele rechter. Daarnaast geldt voor de Belastingdienst dat als er geen privaatrechtelijke arbeidsovereenkomst is, er mogelijk wel sprake kan zijn van een fictieve dienstbetrekking, zoals via een zogeheten tussenkomstbepaling of gelijkgesteldenregeling.

Volg de ontwikkelingen op de voet

De discussie is duidelijk, de problemen ook – zowel sociaal, juridisch als fiscaal. Nu is het afwachten: wat gaat de Nederlandse regering doen? Wordt het arbeidsrecht aangepast? Worden er fiscale aanpassingen gedaan om misbruik van platformwerkers te voorkomen en om ‘de onderkant van de arbeidsmarkt’ te beschermen? De toekomst leert het ons, waarschijnlijk wachten we in ieder geval nog tot 2020 op uitsluitsel. Wij volgen we de ontwikkelingen. Leest u mee?

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *