Herzieningen in het pensioenstelsel: wij praten u bij

Er is de afgelopen tijd veel te doen geweest over het pensioen. Veel veranderingen, veel verwarring. Want laten we eerlijk zijn: financiële zaken zijn voor veel Nederlanders taaie kost. In dit artikel neem ik u graag mee in de ontwikkelingen op pensioengebied, want er staan heel wat veranderingen op stapel.

Nederland vergrijst. En dat maakt het huidige pensioensysteem te duur. Er wordt daarom door het kabinet en de Sociaal-Economische Raad (SER) flink nagedacht over een grondige hervorming van het pensioenstelsel.

Verhoging pensioenleeftijd

De eerste veranderingen zijn al ingezet. Per 1 januari 2018 is de pensioenrichtleeftijd namelijk verhoogd naar 68 jaar. Dit is de leeftijd die in de fiscale wetgeving wordt gebruikt voor de berekening van de maximaal toegestane pensioenopbouw. Het is dus niet hetzelfde als de AOW-gerechtigde leeftijd en heeft geen invloed op wanneer je met pensioen mag. In 2014 is de pensioenrichtleeftijd al verhoogd van 65 naar 67 jaar. De wetgeving die deze verhogingen mogelijk maakt, koppelt de verhoging van de pensioenrichtleeftijd aan de verhoogde levensverwachting.

Wat betekent deze verhoging voor u?

De verhoging van de pensioenrichtleeftijd betekent een verdere versobering van de pensioenopbouw. De maximale opbouwpercentages worden namelijk niet aangepast, maar het pensioen gaat wel een jaar later in. U mag met een pensioenrichtleeftijd van 68 ook stoppen met werken op uw 67e, maar dan moet er dus officieel ook een lager opbouwpercentage gelden. Of de pensioenregeling moet worden aangepast, is afhankelijk van wat daarin is vastgelegd. Mogelijk moet met de verandering van de pensioenrichtleeftijd óók de pensioenleeftijd verhoogd worden naar 68 jaar. Of de opbouwpercentages worden verlaagd, zodat deze aansluiten bij de gewijzigde fiscale maxima. Met andere woorden: houdt u vast aan uw pensioenleeftijd, dan bouwt u minder pensioen op.

Meer eigen verantwoordelijkheid

Er moeten mogelijk dus ook pensioenafspraken tussen werknemers, werkgevers en pensioenfondsen aangepast worden. En zo’n aanpassing kan alleen worden doorgevoerd met instemming van de werknemer. Bovendien schuift de SER in het conceptadvies voor de herziening van het pensioenstelsel over het algemeen gezien steeds méér verantwoordelijkheden met betrekking tot de pensioenopbouw door naar de individuele pensioenspaarder.

Basiskennis onvoldoende

Uit onderzoek blijkt dat er op dit moment gemiddeld onvoldoende basiskennis is over het pensioenstelsel én andere persoonlijke financiële kwesties. Met het oog op de zorgplicht moeten er in de herziening van het pensioenstelsel dus ook aanvullende maatregelen komen om de individuele pensioenspaarder klaar te stomen om zelfstandig weloverwogen beslissingen te kunnen maken over de eigen pensioenopbouw. Oók de doorsnee-pensioenspaarder moet inzicht krijgen in deze complexe materie en op de hoogte zijn van belangrijke kansen en risico’s in de financiële wereld.

Voorbereid op de toekomst

Het kabinet streeft ernaar in het voorjaar van 2018 een akkoord te sluiten over de herziening van het pensioenstelsel. Deze veranderingen moeten in 2020 grotendeels gerealiseerd zijn.

Als fiscaal adviesbureau zitten wij uiteraard bovenop alle ontwikkelingen. Wij houden u graag op de hoogte. Bent u benieuwd of u up-to-date bent op pensioengebied, of wilt u uw persoonlijke situatie eens doorspreken zodat u klaar bent voor de toekomst? Neem gerust contact met ons op.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *